Besluit van 26 oktober 1983, tot vaststelling van een reglement houdende bepalingen ter voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan

(Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement) Versie geldig vanaf: 20-12-2000


Geschiedenis: Staatsblad 1997, 726;Staatsblad 2000, 276;Staatsblad 2000, 541

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 5 april 1983, nr. RRV 16 895, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken, mede namens Onze Minister van Justitie;
Overwegende, dat de ontwikkelingen in het scheepvaartverkeer en het streven te komen tot een uniform stelsel van verkeersregels en verkeerstekens voor de vaarwegen in Europa het wenselijk maken de bepalingen ter voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan, te herzien;
Gelet op artikel 1 van de Wet van 15 april 1891 (Stb. 91), houdende bepalingen tot voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan;
De Raad van State gehoord (advies van 7 september 1983, nr. W09.83.0219/08.3.35);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 oktober 1983, nr. RRV 54005, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Vastgesteld wordt een reglement houdende bepalingen ter voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan, met de daarbij behorende bijlagen, dat is gevoegd bij dit besluit, en dat wordt aangehaald als " Binnenvaartpolitiereglement".

Artikel 2

1. Het Binnenvaartpolitiereglement geldt op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan, met uitzondering van de Boven-Rijn, de Waal, het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn, de Lek, de Westerschelde met haar mondingen, het Kanaal van Terneuzen met de buitenvoorhavens te Terneuzen, de Eemsmonding, zoals bedoeld in het Eems-Dollardverdrag, en de zeewaarts van de in het tweede lid vermelde lijn gelegen wateren.

2. De in het eerste lid bedoelde lijn loopt langs de zuidwestelijke grens van de Eemsmonding, zoals bedoeld in het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1960, 69), tot het punt waar zij wordt gesneden door de lijn die loopt van de Grote Kaap op Rottummeroog (53°32'.7 N, 06°34'.7 O) over de lichttoren op Schiermonnikoog (53°29'.2 N, 06°08'.9 O) naar de Oostkaap op Ameland (53°27'.8 N, 05°55'.8 O) vervolgens van de lichttoren op Ameland (53°27'.0 N, 05°37'.6 O) naar de Noordkaap op Terschelling (53°26'.6 N, 05°32'.8 O), voorts van de lichttoren Brandaris op Terschelling (53°21'.7 N, 05°12'.8 O) naar de lichttoren Vuurduin op Vlieland (53°17'.8 N, 05°03'.6 O), dan van paal 35 ZW op Vlieland (53°13'.3 N, 04°52.2 O) naar lichttoren Eierland op Texel (53°11'.0 N, 04°51'.4 O), vervolgens van paal Onrust Z op Texel (52°59'.6 N, 04°43'.7 O) naar de lichttoren Kijkduin bij Den Helder (52°57'.4 N, 04°43'.7 O), vandaar langs de Noord- en Zuidhollandse kustlijn en de kustlijn van de Maasvlakte, Voorne, Goeree, Schouwen, Noord-Beveland en Walcheren - en van de dammen daartussen - tot het snijpunt van de kustlijn van Walcheren met de lijn over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg, vandaar tot de positie 51°37'.0 N, 03°27'.2 O, vandaar tot de positie 51°35'.6 N, 03°23'.3 O, vandaar tot de positie 51°34'.0 N, 03°22'.2 O, vandaar tot de positie 51°24'.7 N, 03°17'.9 O, en vandaar naar de grenspaal 369 op de grens van Nederland en België. De lijn loopt over de zeehoofden van de havens.

3. In afwijking van het eerste lid gelden de artikelen 1.01, onderdelen x, x.1 en ij, 1.09, vierde lid, 6.02, derde lid, 8.01 tot en met 8.06, 9.04 en 9.05 van het Binnenvaartpolitiereglement tevens op de Boven-Rijn, de Waal, het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek.

Artikel 3

In dit besluit wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 4

1. Onze Minister stelt de voorschriften en de regelen vast, bedoeld in de artikelen 1.01, onderdelen p en q, 4A.01, eerste lid, 4A.02, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, 6.32, tweede lid, 9.07, eerste en tweede lid 10.02, eerste lid, 10.07, eerste lid, en 10.07a, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

2. Onze Minister wijst de instanties aan, bedoeld in de artikelen 4A.01, eerste lid, en 4A.02, eerste lid, onderdeel a, van het Binnenvaartpolitiereglement.

3. Onze Minister wijst de vaarwegen aan, bedoeld in de artikelen 4A.02, derde en vierde lid, en 10.02, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

4. Onze Minister wijst de marifoonkanalen aan, bedoeld in de artikelen 4A.01, eerste en vijfde lid, 4A.02, eerste lid en 6.30, zesde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

5. Onze Minister wijst de categorieën van schepen aan, bedoeld in de artikelen 4A.02, vierde lid, en 10.02, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.

6. Onze Minister stelt het model van de controlelijst vast, bedoeld in artikel 10.07a, eerste lid van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 5

1. In het Binnenvaartpolitiereglement wordt onder de bevoegde autoriteit verstaan:

a. voor de vaarwegen in beheer bij het Rijk, de personen die worden aangewezen door Onze Minister;
b. voor de vaarwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam, de personen die worden aangewezen telkens door het bestuur van het openbare lichaam;
c. voor de vaarwegen niet in beheer bij enig openbaar lichaam, de personen die worden aangewezen door het bestuur van de gemeente waarin telkens de vaarweg is gelegen.

2. In de volgende bepalingen van het Binnenvaartpolitiereglement wordt onder de bevoegde autoriteit eveneens verstaan de ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: artikelen 1.12, derde en vierde lid, 1.13, tweede en derde lid, 1.14, 1.15, tweede lid, 1.17, eerste lid, 4.05, zesde lid, en 7.02, derde lid.

Artikel 6

[Vervallen.]

Artikel 7

De besluiten, bedoeld in de artikelen 4 en 5 worden in de Staatscourant geplaatst.

Artikel 7a

Overtreding van de bepalingen van het Binnenvaartpolitiereglement, met uitzondering van de artikelen 1.01, 1.02, tweede en vierde lid, 1.03, derde lid, 3.01, vijfde, zesde en zevende lid, 3.01a, 3.25, derde lid, 5.01, derde en vierde lid, 6.01, eerste lid, 6.02, eerste lid, 6.29, eerste lid, 6.32, eerste lid, 8.05, 9.01, 10.01, 12.01, 12.02 en 12.03, dan wel overtreding van de aan ontheffingen verbonden voorschriften, vormt een strafbaar feit.

Artikel 8

[Vervallen.]

Artikel 9

[Vervallen.]

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Wij kunnen andere tijdstippen vaststellen waarop verschillende artikelen of onderdelen van artikelen van dit besluit, dan wel verschillende artikelen of onderdelen van artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement, in werking treden.

Artikel 11

Dit besluit kan worden aangehaald als "Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement".

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting en de bijlage bij deze laatste, alsmede het bij dit besluit gevoegde Binnenvaartpolitiereglement in het Staatsblad zullen worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 26 oktober 1983

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
N. Smit-Kroes

De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes

Uitgegeven de negentiende januari 1984

De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes