Besluit van 15 december 1997, houdende nadere regels omtrent de wijze van uitvoering van artikel 28, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Besluit ademanalyse binnenvaart)

(Besluit ademanalyse binnenvaart) Versie geldig vanaf: 24-12-1997


Geschiedenis: Staatsblad 1997, 687

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie a.i. van 1 augustus 1997, nr. 644707/97/6;
Gelet op artikel 28, vijfde lid, van de Scheepvaartverkeerswet;
De Raad van State gehoord (advies van 18 augustus 1997, nr. W03.97.0519);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 3 december 1997 nr. 667773/97/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de wet: de Scheepvaartverkeerswet;
b. ademanalyse-apparaat: een apparaat, bestemd voor het verrichten van ademanalyse;
c. het Gerechtelijk Laboratorium: het Gerechtelijk Natuurwetenschappelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie.

Artikel 2

1. Het onderzoek van uitgeademde lucht als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet kan bestaan uit:

a. een summier ademonderzoek als bedoeld in paragraaf 2 van dit besluit, of
b. een ademanalyse, ter vaststelling van het alcoholgehalte van uitgeademde lucht als bedoeld in paragraaf 3 van dit besluit.

2. Een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, kan de verdachte slechts verplichten mee te werken aan een ademanalyse teneinde vast te stellen of en in welke mate de onderzochte persoon alcohol heeft gebruikt, indien hij een summier ademonderzoek heeft verricht en overweegt een vaarverbod als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de wet, op te leggen, maar de door hem waargenomen feiten en de op grond van onderzoek verkregen inlichtingen en gegevens hem daartoe vooralsnog onvoldoende grondslag bieden.

§ 2. Summier ademonderzoek

Artikel 3

1. Een summier onderzoek van uitgeademde lucht geschiedt met:

a. ademtestbuisjes voorzien van een reagens waarmede de alcohol langs chemische weg kan worden bepaald, van een type dat is aangewezen door het Gerechtelijk Laboratorium, of
b. ademtestapparaten, voorzien van een reactiekamer waarin langs fysische of fysisch-chemische weg alcohol kan worden bepaald, van een type dat is aangewezen door het Gerechtelijk Laboratorium.

2. Met de in het eerste lid bedoelde apparatuur wordt gelijkgesteld apparatuur die rechtmatig is geproduceerd of in de handel is gebracht in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is geproduceerd in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en die ten minste aan gelijkwaardige technische eisen voldoet.

§ 3. Ademanalyse

Artikel 4

Voor het verrichten van ademanalyse wordt gebruik gemaakt van ademanalyse-apparaten die door Onze Minister van Justitie krachtens het Besluit alcoholonderzoeken zijn aangewezen.

Artikel 5

Ademanalyse vindt niet plaats binnen twintig minuten nadat de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een summier ademonderzoek.

Artikel 6

1. Het ademanalyse-apparaat wordt bediend door een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, die daartoe door de betrokken korpschef, bedoeld in artikel 24, onderscheidenlijk 38 van de Politiewet 1993, of de betrokken brigade-commandant van de Koninklijke Marechaussee is aangewezen.

2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, geschiedt slechts, indien de betrokken ambtenaar heeft getoond de voor het bedienen van het ademanalyse-apparaat benodigde kennis en vaardigheden te bezitten.

3. Onze Minister van Justitie kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Defensie nadere regels stellen omtrent de kennis en vaardigheden van de bedienende ambtenaren.

Artikel 7

1. De ademanalyse wordt verricht volgens de door Onze Minister van Justitie krachtens het Besluit alcoholonderzoeken vastgestelde procedure.

2. Op aanwijzing van de opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 6, blaast de verdachte, zo nodig viermaal, ononderbroken een zodanige hoeveelheid ademlucht in het ademanalyse-apparaat als voor het onderzoek nodig is. Het blazen kan worden beëindigd zodra twee meetresultaten verkregen zijn.

3. Het alcoholgehalte wordt bepaald door toepassing van de door Onze Minister van Justitie krachtens artikel 8, derde lid, van het Besluit alcoholonderzoeken vastgestelde correctie op het rekenkundig gemiddelde van de beide meetresultaten, met dien verstande dat het verschil tussen de meetresultaten niet groter mag zijn dan de door Onze Minister van Justitie daarbij vastgestelde waarde.

Artikel 8

Indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan het onderzoek met toepassing van artikel 7 eenmaal worden herhaald.

Artikel 9

1. Het resultaat van het onderzoek wordt aanstonds aan de verdachte medegedeeld.

2. Een schriftelijke weergave van het onderzoek wordt bij het procesverbaal gevoegd. Tevens wordt een afschrift hiervan aan de verdachte overhandigd.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 10

Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten krachtens het Besluit ademanalyse binnenvaart (Stb. 1992, 430) vastgestelde regels en andere besluiten op dit besluit.

Artikel 11

Het Besluit ademanalyse binnenvaart (Stb. 1992, 430) wordt ingetrokken.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ademanalyse binnenvaart.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 15 december 1997

Beatrix

De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

Uitgegeven drieëntwintigste december 1997

De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager