Wet van 31 oktober 1996, houdende goedkeuring van het op 4 november 1988 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI)

(Goedkeuringswet Verdrag inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart - CLNI)
Versie geldig vanaf: 15-11-1996


Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het op 4 november 1988 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI) ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal behoeft alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1994/95, 1995/96, 24 062.
Handelingen II 1995/96, blz. 1623.
Kamerstukken I 1995/96, 24 062 (143, 143a).
Handelingen I 1996/97, zie vergadering d.d. 29 oktober 1996.

Artikel 1

Het op 4 november 1988 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI), waarvan de Nederlandse en de Franse tekst zijn geplaatst in Tractatenblad 1989, 43, wordt goedgekeurd voor Nederland.

Artikel 2

Goedgekeurd wordt, dat bij de binding van het Koninkrijk aan het in artikel 1 genoemde Verdrag voor Nederland het voorbehoud wordt gemaakt, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a, van dat Verdrag, dat de regering van Nederland zich het recht voorbehoudt de toepassing van de regels van het Verdrag geheel uit te sluiten ten aanzien van vorderingen voor schade, veroorzaakt door de wijziging van de fysische, chemische of biologische kwaliteit van het water.

Artikel 3

Goedgekeurd wordt, dat bij de binding van het Koninkrijk aan het in artikel 1 genoemde Verdrag voor Nederland het voorbehoud wordt gemaakt, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder b, van dat Verdrag, dat de regering van Nederland zich het recht voorbehoudt de toepassing van de regels van het Verdrag geheel uit te sluiten ten aanzien van vorderingen voor schade, veroorzaakt bij het vervoer van gevaarlijke stoffen door die stoffen.

Artikel 4

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 31 oktober 1996

Beatrix

De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,
H. F. Dijkstal

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink

Uitgegeven veertiende november 1996

De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager