Rijnvaartpolitiereglement 1995

II. Bijzondere bepalingen van toepassing op bepaalde riviergedeelten
Hoofdstuk 14. Voorschriften betreffende de reden op de Rijn
14.01 Algemene bepalingen
1. De begrenzing van de reden wordt op de betreffende oever aangeduid door het teken C.4 ( bijlage 7) voorzien van een rechthoekig onderbord met de letter "R". Eventueel kan het teken worden voorzien van een wit driehoekig bord waarop in zwarte cijfers de lengte van de rede staat aangegeven.
2. Op de reden mag een schip slechts ligplaats nemen:
a. op de overeenkomstig artikel 7.06 aangeduide gereserveerde ligplaatsen;
b. voor laad- of loswerkzaamheden op de daartoe bestemde plaatsen. De toegang naar deze plaatsen moet indien nodig worden vrijgehouden.
3. Een schip, waarvoor niet in een door tekens aangeduide ligplaats is voorzien, mag slechts dan op de rede ligplaats nemen, wanneer hem door de bevoegde autoriteit een plaats is aangewezen.
4. Op de reden mogen de schepen in ten hoogste drie rijen langszijde van elkaar ligplaats nemen, tenzij bij de bijzondere bepalingen voor afzonderlijke reden dit aantal wordt beperkt of op grond van artikel 7.05, tweede, derde of vierde lid, een afwijkende regeling wordt vastgesteld.
14.02 Basel
1. De rede strekt zich voor Basel uit aan de linkeroever van km 167,75 tot km 168,40 en aan de rechteroever van km 167,75 tot km 169,80.
2. Voor schepen, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, zijn gereserveerd aan de rechteroever:
a. ligplaats «Uferplatz» van km 167,85 (Dreirosenbrücke) tot km 168,04;
b. ligplaats «Rheinquai-Wiesemündung» van km 169,20 tot km 169,34;
c. ligplaats «Rheinquai-Dreiländereck» van km 169,60 tot km 169,71. Deze ligplaats mag worden gebruikt van 1 november tot 15 maart; buiten deze periode slechts op aanwijzing van de havenmeester.
3. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, is gereserveerd aan de rechteroever: ligplaats «Oberer Klybeckquai» van km 168,05 tot km 168,36.
4. Schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede of derde lid, te voeren, mogen slechts ligplaats nemen met toestemming van de Rheinschiffahrtsdirektion Basel. De ligplaatsen worden van geval tot geval door de havenmeester aangewezen.
5. De op borden op de oever aangeduide breedten der ligplaatsen gelden slechts bij waterstanden aan de peilschaal van Rheinfelden van minder dan 3,50 m.
14.03 Mannheim-Ludwigshafen
1. De rede strekt zich voor Mannheim uit aan de rechteroever van km 412,35 tot km 417,15 en van km 423,50 tot km 431,80 en voor Ludwigshafen aan de linkeroever van km 419,77 tot km 431,90.
2. Voor schepen, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, zijn gereserveerd:
a. ligplaatsen aan de rechteroever:
i. voor Mannheim-Rheinau,
van km 413,30 tot km 414,25,
van km 414,56 tot km 414,90 en
van km 415,50 tot km 416,75;
ii. voor Mannheim,
van km 423,50 tot km 424,00,
van km 424,76 tot km 425,00, uitsluitend voor schepen die aldaar willen laden of lossen,
van km 425,00 tot km 427,00,
van km 428,72 tot km 429,60 en
van km 429,80 tot km 430,30;

b. ligplaats aan de linkeroever voor Ludwigshafen van km 424,83 tot km 426,20.
3. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, zijn gereserveerd:
a. ligplaatsen aan de rechteroever:
van km 413,00 tot km 413,30,
van km 430,30 tot km 431,10;
b. ligplaats aan de linkeroever van km 421,60 tot km 422,00.
4. Voor schepen die bij BASF A.G. willen laden of lossen, dan wel aldaar hebben geladen of gelost, is gereserveerd:
ligplaats aan de linkeroever van km 426,20 tot km 431,47.
14.04 Mainz
1. De rede strekt zich voor Mainz uit aan de linkeroever van km 494,60 tot km 497,76 en aan de rechteroever van km 496,90 tot km 497,80.
2. Voor schepen, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, zijn gereserveerd:
a. ligplaats aan de linkeroever:
van km 496,80 tot km 497,76;
b. ligplaats aan de rechteroever:
van km 496,90 tot km 497,33 (voor de Maaraue), uitsluitend voor schepen die de Main willen invaren.
3. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, zijn gereserveerd:
a. ligplaats aan de linkeroever:
van km 494,60 tot km 494,90;
b. ligplaats aan de rechteroever:
van km 497,48 tot km 497,80.
14.05 Bingen
1. De rede strekt zich voor Bingen uit aan de linkeroever van km 524,20 tot km 528,50.
2. Voor schepen, met uitzondering van duwvaart, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, zijn gereserveerd de ligplaatsen:
van km 524,90 tot km 525,60,
van km 527,55 tot km 527,97 en
van km 528,20 tot km 528,50.
3. Voor de duwvaart, die niet verplicht is een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 526,20 tot km 526,60, langs de havendam in het vaarwater van Kempten.
4. Voor schepen, met uitzondering van duwvaart, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren is gereserveerd de ligplaats:
van km 526,90 tot km 527,30, langs de havendam in het vaarwater van Kempten.
5. Voor de duwvaart, die verplicht is de tekens bedoeld in artikel 3.14
, eerste lid, te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 526,70 tot km 526,90, langs de havendam in het vaarwater van Kempten.
6. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens, bedoeld in artikel 3.14, tweede en derde lid, te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 524,20 tot km 524,70, langs de Ilmenaue.
14.06 Bad Salzig
1. De rede strekt zich voor Bad Salzig uit aan de linkeroever van km 564,00 tot km 567,60.
2. Voor schepen, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 564,00 tot km 565,70.
3. Voor schepen, met uitzondering van duwvaart, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 566,20 tot km 566,70.
4. Voor de duwvaart, die verplicht is de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 566,70 tot km 567,00.
5. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede of derde lid, te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 567,10 tot km 567,60.
6. In afwijking van artikel 10.01, tweede lid, mag een schip varen binnen de begrenzing van de rede zolang het hoogwaterpeil II slechts aan één van de peilschalen te Kaub of te Koblenz wordt overschreden.
14.07 Koblenz
1. De rede strekt zich voor Koblenz uit aan de rechteroever van km 592,15 tot km 593,65.
2. Voor schepen, met uitzondering van duwvaart, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 592,15 tot km 592,80.
3. Voor de duwvaart, die niet verplicht is een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 592,80 tot km 593,40.
4. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 593,40 tot km 593,65.
14.08 Andernach
1. De rede strekt zich voor Andernach uit aan de linkeroever van km 611,95 tot km 612,80 en van km 613,80 tot km 614,00.
2. Voor schepen die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 611,95 tot km 612,80.
Schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, mogen evenwel lossen aan de overslaginrichting voor motorbrandstoffen van de firma E. Doetsch bij km 612,40.
3. Voor de laadinrichting bij km 612,52 (transportband) mogen slechts twee schepen langszijde van elkaar ligplaats nemen.
4. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 613,80 tot km 614,00.
14.09 Wesseling
1. De rede strekt zich voor Wesseling uit aan de linkeroever van km 667,93 tot km 672,30.
2. Voor schepen, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren en die te Wesseling willen laden of lossen, dan wel die aldaar hebben geladen of gelost, is gereserveerd de ligplaats:
van km 670,33 tot km 671,80.
3. Voor de ledige duwvaart, die niet verplicht is een teken bedoeld in artikel 3.14 voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 669,90 tot km 670,20.
4. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, te voeren, is gereserveerd de ligplaats:
van km 669,00 tot km 669,30.
5. De ligplaats van km 667,93 tot km 668,03 is slechts bestemd voor schepen die aan de laadinrichting voor ureum van de Union Kraftstoff willen laden of lossen, dan wel aldaar hebben geladen of gelost.
6. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren en die aan de laadbrug van de Union Kraftstoff willen laden of lossen, dan wel aldaar hebben geladen of gelost, is gereserveerd de ligplaats:
van km 668,45 tot km 668,95.
7. Voor schepen van de rederij Braunkohle is gereserveerd de ligplaats:
van km 669,59 tot km 669,90.
14.10 Duisburg-Ruhrort
1. De rede strekt zich uit voor Duisburg-Ruhrort van km 769,30 tot km 794,55.
2. Voor schepen, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, is gereserveerd:
ligplaats "Alsum":
van km 788,70 tot km 789,99, uitsluitend voor schepen die verkeer onderhouden met de havens van Schwelgern, Walsum-Süd en Walsum-Nord.
3. Voor schepen, met uitzondering van duwvaart, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, zijn gereserveerd:
a. aan de linkeroever:
i. ligplaats "Friemersheim",
van km 770,70 tot km 772,30;
ii. ligplaats "Rheinhausen",
van km 773,85 tot km 774,15, uitsluitend voor lege schepen die verkeer onderhouden met de haven van Rheinhausen;
iii. ligplaats "Hochemmerich",
van km 775,60 tot km 777,60, uitsluitend voor geladen schepen;
iv. ligplaatsen "Homberg",
van km 778,10 tot km 778,30,
van km 778,40 tot km 778,65,
van km 778,65 tot km 780,00, en
van km 780,00 tot km 780,45, uitsluitend voor lege schepen en voor schepen die aldaar gerepareerd moeten worden;
v. ligplaats "Homberger Ort",
van km 781,75 tot km 782,50;
vi. ligplaatsen "Orsoy",
van km 792,85 tot km 793,20, uitsluitend voor schepen die verkeer onderhouden met de Rijnhaven van Orsoy en de havens van Schwelgern, Walsum-Nord en Walsum-Süd,
van km 793,80 tot km 793,90, uitsluitend voor schepen die verkeer onderhouden met de Rijnhaven van Orsoy;
b. aan de rechteroever:
i. ligplaats "Rheinlust",
van km 770,70 tot km 771,60, uitsluitend voor schepen die verkeer onderhouden met de haven van Mannesmann, de havens van Hochfeld en de haven van Rheinhausen;
ii. ligplaats "Hochfelder Längskribbe",
van km 773,30 tot km 774,00, uitsluitend voor schepen die verkeer onderhouden met de havens van Hochfeld en de haven van Rheinhausen;
iii. ligplaats "Schreckling",
van km 778,50 tot km 779,60, uitsluitend voor lege schepen;
iv. ligplaatsen "Luftball",
van km 781,34 tot km 781,54, uitsluitend voor motorschepen die slechts voor korte tijd ligplaats nemen en niet op lading wachten,
van km 781,54 tot km 783,40, uitsluitend voor lege schepen;
v. ligplaats "Unterhalb der Baerler Brücke",
van km 787,00 tot km 787,50;
vi. ligplaats "Walsum",
van km 790,58 tot km 791,00.
4. Voor schepen die bij de Niederrheinische Hütte A.G. of bij de Duisburger Kupferhütte willen laden of lossen, dan wel aldaar hebben geladen of gelost, is gereserveerd:
aan de rechteroever, de ligplaats
van km 774,70 tot km 776,50.
5. Voor schepen, met uitzondering van duwvaart, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, zijn gereserveerd:
aan de rechteroever:
a. ligplaatsen "Rheinlust",
van km 771,60 tot km 771,90, uitsluitend voor lege schepen,
van km 772,40 tot km 772,90, uitsluitend voor geladen schepen;
b. ligplaats "Baerler Brücke",
van km 785,35 tot km 786,20.
Voor het overslaan mogen de schepen slechts gebruik maken van de ligplaats "Baerler Brücke".
6. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, te voeren, is gereserveerd:
aan de linkeroever:
ligplaats "Friemersheim",
van km 769,80 tot km 770,00.
7. Voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, derde lid, te voeren, is gereserveerd:
aan de linkeroever:
ligplaats "Friemersheim",
van km 769,40 tot km 769,70.
8. Voor de duwvaart, die niet verplicht is een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, zijn gereserveerd:
a. aan de linkeroever:
i. ligplaatsen "Friemersheim",
van km 770,10 tot km 770,70, en
van km 772,70 tot km 773,20;
ii. ligplaats "Homberger Ort",
van km 782,50 tot km 784,00;
iii. ligplaatsen "Orsoy",
van km 788,90 tot km 792,05,
van km 794,30 tot km 794,55, uitsluitend voor schepen die verkeer onderhouden met de Rijnhaven van Orsoy;
b. aan de rechteroever:
i. ligplaats "Schreckling",
van km 777,80 tot km 778,30;
ii. ligplaats "Unterhalb der Baerler Brücke",
van km 787,50 tot km 788,00.
9. Voor de duwvaart, die verplicht is de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, zijn gereserveerd:
a. aan de linkeroever:
ligplaats "Friemersheim",
van km 772,30 tot km 772,70;
b. aan de rechteroever:
ligplaats "Unterhalb der Baerler Brücke",
van km 786,20 tot km 786,60.
14.11 Emmerich
1. De rede strekt zich voor Emmerich uit van km 847,60 tot km 853,13.
2. Voor de opvaart, en voor de in het vijfde lid van het verbod tot ligplaats nemen uitgezonderde afvaart, zijn gereserveerd:
a. aan de linkeroever:
i. ligplaats 1,
van km 847,70 tot km 847,90, voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, derde lid, te voeren;
ii. ligplaats 2,
van km 848,00 tot km 848,30, voor schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, te voeren;
iii. ligplaats 3,
van km 848,60 tot km 850,40, uitsluitend voor samenstellen met inbegrip van die welke verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren;
iv. ligplaats 4,
van km 850,40 tot km 851,60, uitsluitend voor alleenvarende schepen met inbegrip van die welke verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren;
v. ligplaats 5,
van km 851,90 tot km 853,13, uitsluitend voor samenstellen en alleenvarende schepen die van de vereenvoudigde douanebehandeling (groene klaring) gebruik willen maken, voor zover de douanebehandeling niet tijdens de vaart plaatsvindt, met inbegrip van die welke verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren;
b. aan de rechteroever:
aan de steigers tussen km 851,80 en km 852,50, uitsluitend voor alleenvarende schepen, met uitzondering van de schepen genoemd in het vierde lid, onder b.
3. Onverminderd artikel 7.07 moeten op de ligplaatsen aan de linkeroever de samenstellen en alleenvarende schepen een zijdelingse afstand van ten minste 6 m ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de oever bewaren.
4.
a. Aan de steigers tussen km 851,80 en km 852,50 (tweede lid, onder b) mogen niet meer dan vier schepen langszijde van elkaar ligplaats nemen. Schepen die wel aan de steiger mogen aanleggen, maar aldaar geen plaats vinden, moeten zich naar de ligplaatsen 4 of 5 begeven.
b. Aan de steigers mag een schip, dat verplicht is de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste, tweede of derde lid, te voeren, dan wel uitstekende deklading heeft of leeg is, geen ligplaats nemen.
5. Het is de afvaart verboden op de rede van Emmerich ligplaats te nemen, met uitzondering van schepen die:
a. te Emmerich willen laden of lossen,
b. zijn toegelaten voor het vervoer van passagiers, of
c. de haven van Kleef als bestemming hebben.
14.12 Lobith
1. De rede strekt zich voor Lobith uit aan de rechteroever van km 857,77 tot km 867,43 tussen de lijn die de koppen der kribben verbindt en het midden van de rivier, met inbegrip van het riviergedeelte bij km 862,70, dat wordt aangeduid als "douanehaven", en de overnachtingshaven bij km 863,40.
2. Voor schepen en samenstellen, die niet verplicht zijn een teken bedoeld in artikel 3.14 te voeren, zijn gereserveerd:
a. ligplaats aan de steigers,
van km 861,43 tot km 862,93, uitsluitend voor schepen en samenstellen, die overeenkomstig het zesde lid van deze steigers gebruik maken;
b. ligplaats aan de jachtensteiger in de "douanehaven" (bij km 862,70), voor afvarende kleine schepen, die bestemd zijn of gebruikt worden voor de recreatievaart.
3. Voor schepen en samenstellen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, te voeren, is gereserveerd:
ligplaats 1,
van km 864,03 tot km 864,38.
4. De breedte van de in het derde lid genoemde ligplaats strekt zich uit rivierwaarts van de lijn die de koppen der kribben aan de rechteroever verbindt tot op 100 m uit die lijn.
5. Voor de vaart op de rede zijn de volgende bepaling van toepassing:
a. Op de rede is opvaart slechts toegestaan voor zover dit noodzakelijk is voor de vaart naar of van een ligplaats, de overnachtingshaven of de los- en laadplaatsen.
b. Op de rede is het bunkeren en provianderen van varende schepen en samenstellen slechts toegestaan, indien geen hinder of gevaar voor de veiligheid en de goede orde van de scheepvaart kan ontstaan.
c. Het gaande houden is op de rede slechts toegestaan, indien geen hinder of gevaar voor de veiligheid en de goede orde van de scheepvaart kan ontstaan.
6. Aan de steigers zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a. In geval op een steiger door borden is aangegeven dat deze voor bepaalde schepen is gereserveerd (b.v. passagiersschepen, opvaart, afvaart), mogen aan deze steiger geen andere schepen ligplaats nemen.
b. Het is verboden ligplaats te nemen aan een buiten gebruik gestelde steiger. De bevoegde autoriteit kan, met toestemming van de eigenaar van de steiger, van deze bepaling ontheffing verlenen.
Een buiten gebruik gestelde steiger wordt als volgt aangeduid:
-. des nachts: door een gewoon rood licht;
-. des daags: door een rode vlag.

c. Aan de steigers mogen geen ligplaats nemen:
i. schepen die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14 te voeren;
ii. schepen met een grotere lengte dan op de betreffende steiger is aangegeven;
iii. schepen met overstekende deklast;
iv. schepen die, door hun opbouw of hun lading, het zich naar de steiger begeven van personen of het uitzicht van vertrekkende schepen kunnen bemoeilijken.


De bevoegde autoriteit kan voor het ligplaats nemen aan de steigers bijzondere regels vaststellen.
Bovendien kunnen ambtenaren van de bevoegde autoriteit aanwijzingen geven waarbij dit lid wordt aangevuld, dan wel daarvan wordt afgeweken.
7. In de overnachtingshaven te Lobith (km 863,40) zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a. In de overnachtingshaven is het, zonder toestemming van de bevoegde autoriteit, verboden:
i. schepen te laden of te lossen;
ii. goederen of andere voorwerpen op de oever of op een aanlegsteiger te plaatsen;
iii. tanks te ontgassen;
iv. passagiers aan boord te nemen of aan de wal te zetten;
v. schepen zonder bewaking aan boord te laten stilliggen;
vi. met drijvende voorwerpen of drijvende inrichtingen in te varen;
vii. in te varen met schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede en derde lid, te voeren;
viii. langer dan drie opeenvolgende dagen ligplaats te nemen en daaraan aansluitend binnen twaalf uren wederom ligplaats te nemen;
ix. met het achterschip naar de wal ligplaats te nemen

b. De schipper moet zowel het innemen van de ligplaats in de overnachtingshaven als het vertrek daaruit onmiddellijk melden aan de verkeerspost Nijmegen.

De ambtenaren van de bevoegde autoriteit kunnen aanwijzingen geven waarbij dit lid wordt aangevuld, dan wel daarvan wordt afgeweken.
14.13 IJzendoorn en Haaften
1. In de overnachtingshavens te IJzendoorn (km 907,80) en Haaften (km 936,00) is het, zonder toestemming van de bevoegde autoriteit, verboden:
a. schepen te laden of te lossen;
b. goederen of andere voorwerpen op de oever of op een aanlegsteiger te plaatsen;
c. tanks te ontgassen;
d. passagiers aan boord te nemen of aan de wal te zetten;
e. schepen zonder bewaking aan boord te laten stilliggen;
f. met drijvende voorwerpen of drijvende inrichtingen in te varen;
g. in te varen met schepen, die verplicht zijn de tekens bedoeld in artikel 3.14, tweede en derde lid, te voeren;
h. langer dan drie opeenvolgende dagen ligplaats te nemen en daaraan aansluitend binnen twaalf uren wederom ligplaats te nemen;
i. met het achterschip naar de wal ligplaats te nemen.
2. De schipper moet zowel het innemen van de ligplaats in de overnachtingshaven als het vertrek daaruit onmiddellijk melden aan de verkeerspost Tiel.
3. De ambtenaren van de bevoegde autoriteit kunnen aanwijzingen geven waarbij dit artikel wordt aangevuld, dan wel daarvan wordt afgeweken.