Rijnvaartpolitiereglement 1995

II. Bijzondere bepalingen van toepassing op bepaalde riviergedeelten
hoofdstuk 12 Riviergedeelten waar een meldplicht geldt dan wel waar de scheepvaart door waarschuwingsposten wordt geregeld
12.01. Meldplicht
1. De schipper van een schip als bedoeld in het ADNR, van een schip met een lengte van meer dan 110 m, van een samenstel, van een zeeschip of van een bijzonder transport als bedoeld in artikel 1.21 moet zich, alvorens de in het vijfde lid bedoelde riviergedeelten binnen te varen, melden op het aangegeven marifoonkanaal met opgave van de volgende gegevens:
a. soort schip;
b. naam van het schip;
c. positie, vaarrichting;
d. officieel scheepsnummer, IMO-nummer voor zeeschepen;
e. laadvermogen;
f. lengte en breedte van het schip;
g. soort, lengte en breedte van het samenstel;
h. diepgang, indien de bevoegde autoriteit hierom vraagt;
i. route;
j. haven waar is geladen;
k. haven waar wordt gelost;
l. soort lading (naam en hoeveelheid van stoffen); bij gevaarlijke stoffen: klasse, cijfer en, voor zover bekend, stofnummer of klasse en VN-nummer;
m. 0, 1, 2, 3 blauwe lichten/kegels;
n. aantal personen aan boord.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens, met uitzondering van die genoemd onder c en h, mogen ook vanaf een andere plaats of door een andere persoon tijdig schriftelijk of telefonisch aan de bevoegde autoriteit worden medegedeeld. In ieder geval moet de schipper het tijdstip van in- en uitvaren met zijn schip of samenstel van het meldplichtig riviergedeelte melden.
3. Indien het schip zijn reis in een der in het vijfde lid genoemde riviergedeelten gedurende meer dan twee uren onderbreekt, moet de schipper het begin en het einde van deze onderbreking melden.
4. Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens tijdens het bevaren van het meldplichtige riviergedeelte worden gewijzigd, moet dit aan de bevoegde autoriteit onmiddellijk worden medegedeeld.
5. Op de riviergedeelten:
a. van Basel (Mittlere Rheinbrücke, km 166,64) tot Lauterburg (km 352,00),
b. van Lauterburg (km 352,00) tot Gorinchem (km 952,50), en
c. van Pannerden (km 876,50) tot Krimpen aan de Lek (989,20),

die worden aangeduid door het teken B.11 met het onderbord «Meldplicht», geldt de in het eerste lid bedoelde meldplicht onder de volgende voorwaarden:
- Op het gedeelte bedoeld onder a behoeven zich slechts samenstellen als bedoeld in het ADNR te melden.
- Op het gedeelte bedoeld onder b moeten behalve samenstellen als bedoeld in het ADNR slechts samenstellen met een lengte van meer dan 140 m en een breedte van meer dan 15 m en op het gedeelte bedoeld onder c slechts samenstellen met een lengte van meer dan 110 m of een breedte van meer dan 12 m worden gemeld.
- Op de gedeelten bedoeld onder b en c moeten de gegevens genoemd in het eerste lid, onder a, b en d, eveneens worden verstrekt bij het passeren van de overige verkeersposten, districtscentrales en sluizen, evenals aan de met het teken B.11 aangeduide meldpunten.
6. De bevoegde autoriteit kan voor bunkerschepen een andere meldplicht vaststellen.
12.02 Waarschuwingsposten in het riviergedeelte Oberwesel-St. Goar
1. In het riviergedeelte Oberwesel-St. Goar zijn de volgende waarschuwingsposten opgesteld:
Post A:
km 550,57, linkeroever,
bij de Ochsenturm te Oberwesel;
Post B:
km 552,80, linkeroever,
bij de Kammereck;
Post C:
km 553,61, linkeroever,
bij de Betteck;
Post D:
km 554,34, linkeroever,
tegenover de Loreley;
Post E:
km 555,43, linkeroever,
bij Die Bank.
2. De nadering van afvaart, met uitzondering van kleine schepen, wordt aan de opvaart aangekondigd door de waarschuwingsposten C, D en E. Op de betreffende gedeelten toont elke waarschuwingspost zijn tekens aan de opvaart, op boven elkaar geplaatste borden als volgt:

Bord Nr. van het gedeelte Begin en einde van het gedeelte
Post C
boven 1 km 550,57 km 551,30
midden 2 km 551,30 km 552,11
onder 3 km 552,11 km 554,34
P
boven 1 km 550,57 km 551,30
midden 2 km 551,30 km 552,11
onder 3 km 552,11 km 554,34
Post E
boven 3 km 552,11> > km 554,34 > >
onder 4 km 554,34> > km 555,43> >

3. De door de waarschuwingsposten gegeven tekens hebben voor de betreffende gedeelten de volgende betekenis:
a. drie witte lichtstrepen in de vorm van een driehoek:
Op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één gekoppeld samenstel of één duwstel waarvan de lengte meer dan 110 m bedraagt.

fig. 1

b. twee witte lichtstrepen in de vorm van een dak:
Op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één gekoppeld samenstel of één duwstel waarvan de lengte niet meer dan 110 m bedraagt of één sleep.

fig. 2

c. een naar rechts neigende witte lichtstreep:
Op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één alleenvarend schip.

fig. 3

d. een horizontale witte lichtstreep:
Op het gedeelte bevindt zich geen afvaart.


fig. 4
Het teken van figuur 1 wordt getoond, indien in afvaart, tegelijk met een gekoppeld samenstel of een duwstel waarvan de lengte meer dan 110 m bedraagt, een gekoppeld samenstel of een duwstel waarvan de lengte niet meer dan 110 m bedraagt, een sleep of een alleenvarend schip nadert. Het teken van figuur 2 wordt getoond, indien in afvaart, tegelijk met een gekoppeld samenstel of een duwstel waarvan de lengte niet meer dan 110 m bedraagt of een sleep, een alleenvarend schip nadert.

4. De waarschuwingsposten kunnen bovendien de volgende tekens geven:
a. op post A een alleen voor de afvaart zichtbaar wit licht:
Aan de afvaart wordt aangeduid, dat de opvaart is gewaarschuwd.
b. op post B een alleen voor de afvaart zichtbaar wit licht:
Een opvarend gekoppeld samenstel of een duwstel, waarvan de lengte meer dan 110 m bedraagt, vaart om de Betteck heen.
c. op post E:
-. een alleen voor de opvaart zichtbaar wit licht:
Tussen Die Bank en de Loreley bevinden zich opvarend ten minste twee duwstellen of een duwstel en een gekoppeld samenstel of twee gekoppelde samenstellen.
-. een alleen voor de opvaart zichtbaar wit flikkerlicht:
Een afvarend passagiersschip wil in St. Goar aanleggen.
5. Afvarende passagiersschepen die in St. Goar willen aanleggen moeten tussen de Kammereck en St. Goar op het voorschip een blauw-witte vlag voeren.
6. Wanneer de afvaart moet stilhouden, wordt zulks door twee, slechts voor haar zichtbare, rode lichten boven elkaar op de posten A of B aangeduid.
Wanneer de opvaart moet stilhouden, wordt zulks door twee, slechts voor haar zichtbare, rode lichten boven elkaar op de posten D of E aangeduid.
6. Wanneer de afvaart moet stilhouden, wordt zulks door twee, slechts voor haar zichtbare, rode lichten boven elkaar op de posten A of B aangeduid.
Wanneer de opvaart moet stilhouden, wordt zulks door twee, slechts voor haar zichtbare, rode lichten boven elkaar op de posten D of E aangeduid.