Besluit tot verlenging van de vrijstelling accijns voor de binnenvaart

Versie geldig vanaf: 01-01-2001


Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 14 november 2000, nr. WV2000/775 M, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;
Gelet op artikel XIV van de Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1999) (Stb. 725) en artikel 37c van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994;
De Raad van State gehoord (advies van 7 december 2000, nr. W06.00.0526/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 14 december 2000, nr. WV2000/842U, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I
De vrijstelling, bedoeld in artikel XIV van de Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1999) (Stb. 725), wordt verlengd tot 1 januari 2003.

Artikel II
Artikel 7c van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 vervalt.

Artikel III
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 19 december 2000

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,
W. J. Bos

Uitgegeven zevenentwintigste december 2000

De Minister van Justitie,
A. H. Korthals