Wet berekening kosten meting binnenvaartuigen

Versie geldig voor/op: 01-04-1996


Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een nadere wettelijke voorziening te treffen omtrent de vaststelling van het tarief volgens hetwelk de kosten voor de meting of hermeting van binnenvaartuigen worden berekend;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1978/79, 15310
Handelingen II 1978/79, bladz. 3597
Kamerstukken I 1978/79, 15310 (75)
Handelingen I 1978/79, bladz. 467

Artikel 1
De kosten voor de meting of hermeting van binnenvaartuigen worden berekend volgens een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen tarief.

Artikel 2
De wet van 22 december 1919, Stb. 880, houdende bepalingen betreffende heffing van kosten voor de meting van binnenvaartuigen, wordt ingetrokken.

Artikel 3
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lech, 10 maart 1979

Juliana

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
D. S. Tuijnman

Uitgegeven de vijfde april 1979

De Minister van Justitie a.i.,
H. Wiegel