nl
  fr
 

Scheepvaartreglement voor het
kanaal Gent-Terneuzen

 

Règlement de Navigation du
Canal de Gand à Terneuzen

 
  Hoofdstuk IV. Geluids- en lichtseinen   Chapitre IV. Signaux sonores et lumineux  
  Artikel 32. Begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
a) fluit: elk middel geschikt tot het geven van de voorgeschreven korte en lange stoten;
b) korte stoot: een geluidssein van ongeveer één seconde duur;
c) lange stoot: een geluidssein van vier tot zes seconden duur.
  Article 32. Définition
Dans le présent règlement on entend par:
a) sifflet: tout appareil capable d’émettre les sons brefs et prolongés prescrits;
b) son bref: un signal sonore d’une durée d’environ une seconde;
c) son prolongé: un signal sonore d’une durée de quatre à six secondes.
 
 

Artikel 33. Middelen voor geluidsseinen

§ 1. Een schip met een lengte van 20 m of meer moet zijn voorzien van een fluit en van een klok. De fluit en de klok moeten deugdelijk zijn. De fluit moet zodanig zijn geplaatst dat de goede werking ervan niet nadelig worden beïnvloed. De klok mag worden vervangen door een ander middel dat dezelfde onderscheiden geluidskenmerken bezit, met dien verstande dat het altijd mogelijk moet zijn om de vereiste seinen door bediening met de hand te geven.
§ 2. Een klein schip is niet verplicht de toestellen voor het geven van geluidsseinen voorgeschreven in § 1, aan boord te hebben, doch indien het deze niet heeft, moet het zijn voorzien van een ander middel voor het geven van een doelmatig geluidssein.
§ 3. De in dit reglement vermelde geluidsseinen mogen alleen worden gegeven in de omstandigheden en voor de doeleinden voorzien bij dit reglement.

 

Article 33. Dispositifs pour l’émission de signaux sonores

§ 1er. Tout bateau d’une longueur égale ou supérieure à 20 m doit être pourvu d’un sifflet et d’une cloche. Le sifflet et la cloche doivent être efficaces. Le sifflet doit être placé de manière à ce que l’efficacité n’en soit pas diminuée. La cloche peut être remplacée par un autre dispositif ayant les mêmes caractéristiques sonores, à condition qu’il soit toujours possible d’émettre manuellement les signaux prescrits.
§ 2. Toute petite embarcation n’est pas tenue d’avoir à bord les appareils de signalisation sonore prescrits au § 1er mais doit, en l’absence de tels appareils, être équipée d’un autre dispositif capable d’émettre un signal sonore efficace.
§ 3. Les signaux sonores prescrits par le présent règlement ne peuvent être émis que dans les circonstances et aux fins y prévues.

 
 

Artikel 34. Manoeuvreer-, waarschuwings- en bijzondere seinen

§ 1.
a) Behoudens wanneer het een klein schip is moet een varend schip, indien het handelt ter voorkoming van aanvaring met een ander in zicht zijnde schip, zijn handeling door één der volgende seinen kenbaar maken:
- één korte stoot voor: “ik verander mijn koers naar stuurboord”;
- twee korte stoten voor: “ik verander mijn koers naar bakboord”;
- drie korte stoten voor: “ik sla achteruit”;
- vier korte stoten voor: “ik kan niet manoeuvreren”.
Een varend zeeschip mag in de hierbedoelde omstandigheden genoemde geluidsseinen aanvullen met lichtseinen, gegeven met een rondom zichtbaar wit krachtig licht, die zonodig kunnen worden herhaald.
Deze lichtseinen hebben de volgende betekenis:
- één schittering: “ik verander mijn koers naar stuurboord”;
- twee schitteringen: “ik verander mijn koers naar bakboord”;
- drie schitteringen: “ik sla achteruit”;
- vier schitteringen: “ik kan niet manoeuvreren”.
De duur van elke schittering moet ongeveer één seconde zijn, de tijdsruimte tussen de schitteringen ongeveer één seconde en de tijdsruimte tussen de achtereenvolgende seinen niet minder dan tien seconden.
b) Wanneer schepen die in zicht van elkaar zijn, elkaar naderen en één van die schepen de voornemens of handelingen van het andere niet begrijpt dan wel twijfelt of het andere voldoende handelingen verricht om aanvaring te voorkomen, moet eerstgenoemd schip die twijfel kenbaar maken door het geven van een reeks van ten minste vijf snel opeenvolgende korte stoten.
Deze verplichting geldt niet voor kleine schepen.
Een zeeschip mag in de hierbedoelde omstandigheden genoemd geluidssein aanvullen met een lichtsein bestaande uit een reeks van ten minste vijf snel opeenvolgende zeer korte schitteringen gegeven met een rondom zichtbaar wit krachtig licht.
c) Behoudens wanneer het een klein schip is moet een werktuiglijk voortbewogen binnenschip, gelijktijdig met de gegeven geluidsseinen, lichtseinen geven van dezelfde duur met een rondom zichtbaar geel helder licht. Deze bepaling geldt niet voor de klokslagen of reeksen klokslagen.
§ 2. Een aan de grond zitten schip, waarvan de voortstuwingswerktuigen in werking zijn, moet dit aan naderende schepen kenbaar maken door vier korte stoten gevolgd door twee lange stoten.

 

Article 34. Signaux de manœuvre, signaux avertisseurs et signaux particuliers

§ 1er.
a) A l’exception d’une petite embarcation, tout bateau faisant route doit, lorsqu’il effectue des manœuvres pour éviter un abordage avec un bateau en vue, signaler sa manœuvre en émettant l’un des signaux suivants:
- un son bref pour dire: “je viens sur tribord”;
- deux sons brefs pour dire: “je viens sur bâbord”;
- trois sons brefs pour dire: “je bats en arrière”;
- quatre sons brefs pour dire: “je ne suis pas maître de ma manœuvre”.
Tout navire naviguant peut, dans les circonstances visées, compléter les dits signaux sonores par des signaux lumineux, émis au moyen d’un feu blanc puissant, visible de tous les côtés, et susceptibles d’être répétés en cas de besoin.
Ces signaux lumineux ont la signification suivante:
- un éclat pour dire: “je viens sur tribord”;
- deux éclats pour dire: “je viens sur bâbord”;
- trois éclats pour dire: “je bats en arrière”;
- quatre éclats pour dire: “je ne suis pas maître de ma manœuvre”.
Chaque éclat doit durer une seconde environ, l’intervalle entre les éclats doit être d’une seconde environ et l’intervalle entre les signaux successifs doit être de dix secondes au moins;
b) Lorsque des bateaux en vue les uns des autres se rapprochent et que l’un des bateaux ne comprend pas les intentions ou les manœuvres de l’autre, ou se demande si l’autre prend des mesures suffisantes pour éviter l’abordage, le bateau qui a des doutes les exprime en émettant une série d’au moins cinq sons brefs et rapides.
Cette obligation ne vaut pas pour les petites embarcations.
Tout navire peut dans les circonstances susvisées compléter le dit signal sonore par un signal lumineux, d’une série d’au moins cinq éclats brefs et rapides, émis au moyen d’un feu blanc puissant visible de tous les côtés;
c) Sauf lorsqu’il s’agit d’une petite embarcation, tout bateau fluvial à propulsion mécanique doit émettre, en même temps que les signaux sonores, des signaux lumineux de même durée au moyen d’un feu jaune clair visible de tous les côtés. La présente disposition ne s’applique ni aux coups de cloche ni aux séries de coups de cloche.
§ 2. Tout bateau échoué, dont les appareils de propulsion sont en marche, doit en avertir les bateaux qui s’approchent en émettant quatre sons brefs suivis de deux sons prolongés.

 
 

Artikel 35. Geluidsseinen bij beperkt zicht

§ 1. de geluidsseinen voorgeschreven in dit artikel moeten zowel overdag als bij nacht worden gegeven in of nabij een gebied met beperkt zicht.
§ 2.
a) Een werktuiglijk voortbewogen schip, een duwstel of een gekoppeld samenstel dat vaart door het water loopt, moet met tussenpozen van niet meer dan twee minuten één lange stoot geven.
b) Een werktuiglijk voortbewogen schip, een duwstel of een gekoppeld samenstel dat varende is doch geen vaart door het water loopt, moet met tussenpozen van niet meer dan twee minuten twee lange stoten geven gescheiden door een tussenpoos van ongeveer twee seconden.
c) Een onmanoeuvreerbaar schip, een beperkt manoeuvreerbaar schip, een bovenmaats zeeschip, of een schip dat een ander schip sleept moet als het varende is, in plaats van de seinen voorgeschreven onder de letters a) en b), met tussenpozen van niet meer dan twee minuten, één lange stoot gevolgd door twee korte stoten geven;
d) Een schip dat wordt gesleept moet met tussenpozen van niet meer dan twee minuten, één lange stoot gevolgd door drie korte stoten geven.
Indien mogelijk wordt dit sein gegeven onmiddellijk na het door het slepende schip gegeven sein.
§ 3. Een ten anker liggende schip moet met tussenpozen van niet meer dan één minuut snel de klok luiden gedurende ongeveer vijf seconden. Een ten anker liggend schip mag bovendien één korte gevolgd door één lange en één korte stoot geven om een naderend schip te waarschuwen.
§ 4. Een schip dat aan de grond zit, moet het sein met de klok geven, bedoeld in § 3, en bovendien drie duidelijk van elkaar gescheiden slagen op de klok, onmiddellijk vóór en onmiddellijk na het snelle luiden van de klok. Het schip mag daarenboven twee korte stoten gevolgd door één lange stoot geven.
§ 5. Een veerpont die varende is, moet met tussenpozen van niet meer dan één minuut één lange stoot gevolgd door vier korte stoten geven.

 

Article 35. Signaux sonores par visibilité réduite

§ 1er. Les signaux sonores prescrits dans le présent article doivent être utilisés, tant de jour que de nuit, à l’intérieur ou à proximité d’une zone à visibilité réduite.
§ 2.
a) Tout bateau à propulsion mécanique, convoi poussé ou formation à couple ayant de l’erre doit faire entendre un son prolongé à des intervalles ne dépassant pas deux minutes;
b) Tout bateau à propulsion mécanique, convoi poussé ou formation à couple faisant route, mais n’ayant pas d’erre, doit faire entendre à des intervalles ne dépassant pas deux minutes, deux sons prolongés séparés par un intervalle de deux secondes environ;
c) Tout bateau qui n’est pas maître de sa manœuvre, tout bateau à capacité de manœuvre restreinte, tout navire de grandes dimensions ou tout bateau qui en remorque un autre émet en faisant route, au lieu des signaux prescrits aux lettres a) et b), un son prolongé suivi de deux sons brefs à des intervalles ne dépassant pas deux minutes;
d) Tout bateau remorqué doit faire entendre à des intervalles ne dépassant pas deux minutes un son prolongé suivi de trois sons brefs à des intervalles ne dépassant pas deux minutes.
Si possible, ce signal sera émis immédiatement après le signal du bateau remorqueur.
§ 3. Tout bateau au mouillage doit sonner la cloche rapidement pendant cinq secondes environ, à des intervalles ne dépassant pas une minute. Tout bateau au mouillage peut, en outre, faire entendre un son bref, suivi d’un son prolongé et d’un son bref pour avertir un bateau qui s’approche.
§ 4. Tout bateau échoué doit sonner la cloche comme prescrit au § 3 et faire entendre de surcroît sur la cloche trois coups nets et bien distincts immédiatement avant et après la sonnerie rapide de la cloche. Le bateau peut en outre émettre deux sons brefs suivi d’un son prolongé.
§ 5. Tout bac faisant route doit émettre à des intervalles ne dépassant pas une minute, un son prolongé suivi de quatre sons brefs.

 
 

Artikel 36. Aandachts- en waarschuwingsseinen

§ 1. Wanneer het nodig is om de aandacht te trekken van een ander schip, mag elk schip een licht- of een geluidssein geven dat niet kan worden verward met een bij dit reglement voorzien sein noch met een licht of een sein dat bij de betonning of bij de bebakening in gebruik is. Het mag tevens zijn zoeklicht laten schijnen in de richting van het gevaar, zonder daardoor een ander schip te hinderen of in verwarring te brengen.
§ 2. Een schip dat een bocht of een gedeelte van het vaarwater nadert waar het zicht is belemmerd door omstandigheden die geen verband houden met beperkt zicht, moet tijdig als waarschuwingssein één lange stoot geven.
§ 3. Als het onder bijzondere omstandigheden nodig is de aandacht te trekken ter voorkoming van aanvaring, moet eveneens één lange stoot als waarschuwingssein worden gegeven.
§ 4. Zo nodig moeten de in dit artikel bedoelde seinen tijdig worden herhaald.
§ 5. Het is verboden zeer felle flikker- of zwaailichten, zoals “strobe” lichten te gebruiken om de aandacht te trekken.

 

Article 36. Signaux d’attention et signaux avertisseurs

§ 1er. S’il s’avère nécessaire tout bateau peut, pour attirer l’attention d’un autre, émettre un signal lumineux ou sonore ne pouvant être confondu avec un autre signal prévu dans le présent règlement, ni avec aucun feu ou signal utilisé pour le balisage. En outre, il peut diriger le faisceau de son projecteur en direction du danger sans pour autant gêner ou désorienter ainsi d’autres bateaux.
§ 2. Tout bateau s’approchant d’une courbe ou d’une section du chenal où la visibilité est gênée par des circonstances étrangères à la visibilité réduite, doit émettre à temps un son prolongé en guise d’avertissement.
§ 3. S’il est nécessaire, dans des circonstances particulières, d’attirer l’attention afin d’éviter un abordage un son prolongé doit également être émis comme signal d’avertissement.
§ 4. Au besoin, les signaux visés au présent article doivent être répétés à temps.
§ 5. Il est interdit d’employer, dans le but d’attirer l’attention, des feux à éclats très vifs ou des gyrophares de très forte intensité du type stroboscopique.

 
  Artikel 37. Noodseinen
Indien een schip in nood verkeert en hulp verlangt, gebruikt, toont of geeft het de volgende seinen, hetzij gezamenlijk hetzij afzonderlijk:
a) een aanhoudend geluid met een toestel voor mistseinen;
b) een daartoe geëigend sein, door middel van radiotelegrafie of enige andere seinwijze uitgezonden;
c) een daartoe geëigend sein uitgezonden door middel van radiotelefonie;
d) een rooksignaal dat oranje gekleurde rook afgeeft;
e) langzaam en herhaald op en neer bewegen van de naar beide zijden uitgestrekte armen;
f) seinen uitgezonden door noodradiobakens die de positie aanduiden;
g) een licht dan wel een vlag of ieder ander geschikt voorwerp waarmee in het rond wordt gezwaaid;
h) reeksen klokslagen of herhaalde lange stoten.
  Article 37. Signaux de détresse
Tout bateau en détresse qui demande assistance, doit utiliser, montrer ou émettre simultanément ou séparément les signaux suivants:
a) un son continu produit par un appareil utilisé pour l’émission de signaux de brume;
b) un signal approprié émis par radiotélégraphie ou par tout autre moyen de signalisation;
c) un signal radiotéléphonique approprié;
d) un signal fumigène produisant une fumée de couleur orange;
e) des mouvements lents et répétés, de haut en bas, des bras étendus latéralement;
f) des signaux transmis par des radiobalises de localisation des sinistres;
g) un feu ou un pavillon ou tout autre objet approprié agité circulairement;
h) des séries de coups de cloche ou des sons prolongés répétés.
 
  Hoofdstuk V. Diverse bepalingen   Chapitre V. Dispositions diverses  
 

Artikel 38. Toegelaten afmetingen en diepgang

§ 1.[Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000] het is verboden te varen met een schip of samenstel dat de hieronder vermelde grootste toegelaten afmetingen en diepgang overschrijdt:
a) Voor zeeschepen:
Lengte: 265 m
Breedte: 34 m
Diepgang: 12,25 m in zoet water;
b) Voor binnenschepen en gekoppelde samenstellen:
Lengte: 140,00 m
Breedte: 23,00 m
c) Voor duwstellen:
Lengte: 200,00 m
Breedte: 23,00 m
§ 2. Van de in paragraaf 1 vermelde afmetingen en diepgangen wordt als volgt afgeweken:
a) voor schepen, gekoppelde samenstellen en duwstellen bedraagt de grootste toegelaten
lengte 140 m en de grootste toegelaten breedte 16 m:
1. In de sectie van het kanaal gelegen tussen de noordelijke frontmuur van de Tolhuisstuw en de raai getrokken over het kanaal door het noordelijke uiteinde van de westelijke kaaimuur van het Grootdok;
2. In het noordelijk en zuidelijk insteekdok te Zelzate;
b) Op de vertakking van Langerbrugge bedragen de grootst toegelaten afmetingen voor schepen: 40 m in de lengte en 11,40 m in de breedte;
c) De grootst toegelaten diepgang bedraagt:
- 5,50 m van de noordelijke frontmuur van de Tolhuisstuw tot en met de Ringspoorbrug;
- 6,50 m van de Ringspoorbrug tot aan de raai getrokken over het kanaal door het noordelijk uiteinde van de westelijke kaaimuur van het Grootdok;
- 5,80 m op de vertakking van Langerbrugge;
- 3,50 m in de noordelijke en zuidelijke insteekdokken te Zelzate.
§ 3. Bij bijzondere omstandigheden, zoals extreme waterstanden, extreme weersomstandigheden, ongevallen, uitvallen van een sluis of een brug, noodzakelijke werkzaamheden in of aan het vaarwater, kunnen de in §§ 1 en 2 vermelde grootst toegelaten afmetingen en diepgang door de beheerder tijdelijk worden aangepast en zonodig nadere voorschriften aan de vaart worden verbonden.
§ 4. Door de beheerder kunnen nadere voorschriften worden verbonden aan de vaart met schepen die vanwege hun bijzondere constructie, afmetingen, vorm of opbouw een verhoogd risico vormen.
§ 5. Ten aanzien van de vaart met een bijzonder transport kan de beheerder ontheffing verlenen van § 1.

 

Article 38. Dimensions et tirant d’eau autorisés

§ 1er[Arrêté royal du 21 janvier 2000]. Il est interdit de naviguer avec un bateau ou un convoi dont les dimensions et le tirant d’eau sont supérieurs aux valeurs indiquées ci-dessous:
a) Pour les navires:
Longueur: 265 m
Largeur: 34 m
Tirant d’eau: 12,25 m en eau douce;
b) Pour les bateaux fluviaux et les formations à couple:
Longueur: 140,00 m
Largeur: 23 m
c) Pour les convois poussés:
Longueur: 200,00 m
Largeur: 23 m
§ 2. Il est dérogé comme suit aux dimensions et tirants d’eau visés au paragraphe 1er:
a) Pour les bateaux, les formations à couple et les convois poussés la longueur maximale autorisée est de 140 m et la largeur maximale autorisée est de 16 m:
1. Dans la partie du canal située entre le mur de front nord du barrage du Tolhuis et la ligne transversale établie en partant de l’extrémité nord du mur de quai occidental du Grootdok;
2. Dans les darses nord et sud à Zelzate;
b) Dans l’embranchement de Langerbrugge les dimensions maximales autorisées pour les bateaux sont de 40 m en longueur et de 11,40 m en largeur;
c) Le tirant d’eau maximal autorisé est de:
- 5,50 m à partir du mur de front nord du barrage du Tolhuis jusqu’au Ringspoorbrug;
- 6,50 m à partir du Ringspoorbrug jusqu’à la ligne transversale du canal établie en partant de l’extrémité nord du mur de quai occidental du Grootdok;
- 5,80m dans l’embranchement de Langerbrugge;
- 3,50 m dans les darses nord et sud à Zelzate.
§ 3. Dans des circonstances particulières, telles que crues ou étiages extrêmes, intempéries, accidents, impossibilité d’utiliser une écluse ou un pont, travaux nécessaires dans ou à la voie navigable, le gestionnaire peut temporairement adapter les dimensions et le tirant d’eau maxima autorisés aux §§ 1er et 2 et peut au besoin, imposer d’autres prescriptions à la navigation.
§ 4. Le gestionnaire peut imposer des prescriptions plus précises à la navigation de bateaux qui, de par leur construction, dimensions, forme ou superstructure, constituent un risque supplémentaire.
§ 5. Le gestionnaire peut dispenser tout bateau effectuant un transport exceptionnel, de l’application du § 1er.

 
  Artikel 39. Doortocht Zelzate
§ 1. De doortocht van Zelzate is aangeduid door semaforen aan de noord- en zuidkant ervan en bovendien van zonsondergang tot zonsopgang en bij beperkt zicht door een rood flikkerlicht.
§ 2. De betekenis van de op de semaforen getoonde lichten is de volgende:
1. twee rode lichten onder elkaar: doorvaartverbod voor alle schepen;
2. een groen licht onder een rood licht: doorvaartverbod voor schepen breder dan 16 m;
3. twee groene lichten onder elkaar: doorvaart toegestaan voor alle schepen.
 

Article 39. Le passage de Zelzate

§ 1er. Le passage de Zelzate est indiqué par des sémaphores à ses extrémités nord et sud et en outre, du coucher au lever du soleil ou par visibilité réduite, par un feu rouge à éclats.
§ 2. Les feux montrés par les sémaphores ont les significations suivantes:
1. deux feux rouges, l’un en dessous de l’autre: interdiction de passage à tout bateau;
2. un feu vert en dessous d’un feu rouge: interdiction de passage aux bateaux d’une largeur supérieure à 16 m;
3. deux feux verts, l’un en dessous de l’autre: passage autorisé à tous les bateaux.

 
 

Artikel 40. [Koninklijk besluit dd. 3 mei 1999] Bijzondere transporten

§ 1. Een bijzonder transport mag slechts varen met de toestemming van de beheerder zo nodig in samenwerking met de daartoe aangeduide ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole.

  Article 40[Arrêté royal du 3 mai 1999]. Transports exceptionnels
Un transport exceptionnel ne peut s’effectuer qu’avec l’autorisation du gestionnaire, si nécessaire en collaboration avec l’agent chargé du contrôle de la navigation, désigné à cet effet.
 
 

Artikel 41. Bijzondere voorschriften met betrekking tot samenstellen

§ 1. Werktuiglijk voortbewogen schepen die zorgen voor de voortbeweging van een samenstel moeten daartoe geschikt en uitgerust zijn en voldoende vermogen hebben om de goede bestuurbaarheid en manoeuvreerbaarheid van het geheel te verzekeren.
§ 2. De koppelingen van een duwstel moeten de hechtheid daarvan verzekeren. Ze moeten gelijkmatig gespannen worden gehouden door geschikte inrichtingen. Het koppelen en ontkoppelen moet op veilige, eenvoudige en gemakkelijke wijze kunnen geschieden.
§ 3. Een duwstel mag alleen van een sleepboot gebruik maken in uitzonderlijke en plaatselijke omstandigheden en wanneer de scheepvaart daarvan geen hinder ondervindt.
§ 4. Het is verboden met een duwstel of een gekoppeld samenstel sleepdienst te verrichten.
§ 5. Indien aan de kop van een duwstel uitsluitend een zeeschipbak is geplaatst, dan moet deze van een kopbak zijn voorzien.
§ 6. Het is verboden te varen met een gekoppeld samenstel dat uit meer dan twee schepen bestaat.
§ 7. Het is verboden:
a) meer dan één schip te slepen;
b) een binnenschip te slepen waarvan de lengte meer dan 110 m bedraagt;
c) te slepen indien de afstand tussen het hek van het slepende schip en de boeg van het gesleepte binnenschip meer dan 40 m bedraagt.
§ 8. Op een sleep dienen zodanige maatregelen getroffen te zijn dat een goede communicatie tussen het slepende schip en het gesleepte schip of drijvend voorwerp is gewaarborgd.
§ 9. De beheerder kan ontheffing verlenen van dit artikel.

 

 

Article 41. Prescriptions particulières concernant les convois

§ 1er. Tout bateau à propulsion mécanique assurant la progression d’un convoi doit être apte et équipé à cet effet et disposer de la puissance requise pour assurer une bonne gouverne et une bonne manœuvrabilité de l’ensemble.
§ 2. Les accouplements d’un convoi poussé doivent assurer sa rigidité. Les accouplements doivent être maintenus uniformément tendus par des dispositifs appropriés. Les accouplements doivent pouvoir se faire et défaire d’une façon simple et facile.
§ 3. Un convoi poussé ne peut utiliser un remorqueur que dans des circonstances exceptionnelles et locales et à condition de ne pas gêner la navigation.
§ 4. Il est interdit d’effectuer des remorquages avec un convoi poussé ou un convoi accouplé.
§ 5. Lorsque la tête d’un convoi poussé est constituée exclusivement d’une barge de navire, celle-ci doit être munie d’un gaillard de tête.
§ 6. Il est interdit de naviguer à couple avec un convoi accouplé se composant de plus de deux bateaux.
§ 7. Il est interdit:
a) de remorquer plus d’un bateau;
b) de remorquer un bateau fluvial dont la longueur est supérieure à 110 m;
c) de remorquer lorsque la distance entre la poupe du remorqueur et la proue du bateau fluvial remorqué est supérieure à 40 m.
§ 8. Sur toute traîne une bonne communication doit être assurée entre le bateau remorqueur et le bateau remorqué ou l’objet flottant.
§ 9. Le gestionnaire peut accorder des dérogations au présent article.

 
 

Artikel 42. Verplichting tot wacht houden

§ 1. [Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000]Een schip dat niet varende is en dat is geladen met gevaarlijke stoffen bedoeld in artikel 25, §§ 1 en 2, moet onder toezicht staan van een zich voortdurend aan boord bevindende terzake kundige wachtsman.
§ 2. Een ander schip dat niet varende is, moet, wanneer het geen kapitein of schipper aan boord heeft, onder toezicht staan van een persoon die zonodig snel kan ingrijpen.
§ 3. Aan boord van een schip dat niet varende is en dat is uitgerust met een marifooninstallatie, moet een persoon luisterwacht houden op een aangewezen marifoonkanaal en bij het oproepen door de bevoegde personen daarop antwoord geven.
§ 4.[Koninklijk besluit dd. 3 mei 1999] De daartoe aangeduide ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole kan ontheffing verlenen van de voorgaande paragrafen.

 

Article 42. Obligation de garde

§ 1er[Arrêté royal du 21 janvier 2000]. Tout bateau ne faisant pas route et chargé de matières dangereuses visées l’article 25, § 1er et § 2, doit être sous la surveillance d’un homme de quart compétent en la matière et se trouvant en permanence à bord.
§ 2. Tout autre bateau ne faisant pas route et n’ayant pas de capitaine ou de patron à bord doit être sous la surveillance d’une personne capable, le cas échéant, d’intervenir rapidement.
§ 3. A bord de tout bateau ne faisant pas route et équipé d’une installation de mariphonie, une personne doit assurer une veille d’écoute sur un canal de mariphonie désigné à cet effet et est tenue de répondre à tout appel des personnes compétentes.
§ 4.[Arrêté royal du 3 mai 1999] L’agent chargé du contrôle de la navigation, désigné à cet effet peut dispenser de l’application des paragraphes précédents.

 
 

Artikel 43. Meldingsplicht

§ 1. [Koninklijk besluit dd. 3 mei 1999]De kapitein of schipper moet onverwijld aan de met de politie te water belaste overheid van de federale politie melden dat
a) zijn schip aan de grond is geraakt of gezonken;
- in aanraking is gekomen met een ander schip en daarbij materiële schade is ontstaan of zich persoonlijke ongevallen hebben voorgedaan;
- een boei, baken of kunstwerk heeft aangevaren, verplaatst of beschadigd;
- lading, brandstof of voorwerpen heeft verloren of dreigt te verliezen;
- brand aan boord heeft;
- zodanige schade heeft opgelopen dan de manoeuvreerbaarheid ervan of de veiligheid daardoor wordt beïnvloed;
b) dat hij een hindernis in het vaarwater heeft aangetroffen.
§ 2. Wanneer er tevens gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart kan ontstaan, moet de kapitein of schipper bovendien de naderende vaart waarschuwen.

 

Article 43. Obligation d’informer

§ 1er.[Arrêté royal du 3 mai 1999] Le capitaine ou le patron est tenu d’annoncer sans délai à l’autorité de la police fédérale chargée de la police des eaux que:
a) son bateau s’est échoué ou a coulé;
- a touché un autre bateau provoquant ainsi des dégâts matériels ou des dommages corporels;
- a abordé, déplacé ou endommagé une bouée, une balise ou un ouvrage d’art;
- a perdu ou risque de perdre sa cargaison, son combustible ou des objets;
- a un incendie à bord;
- a subi de tels dommages que sa manœuvrabilité ou la sécurité s’en trouve influencée;
b) qu’il a rencontré un obstacle dans la voie navigable.
§ 2. Lorsque, de surcroît il peut en résulter un danger, un dommage ou une entrave à la navigation, le capitaine ou le patron est en outre tenu d’en avertir les bateaux qui s’approchent.

 
 

Artikel 43bis. Meldingsplicht.

§ 1. [Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000]Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoeren en die vertrokken zijn uit een buiten de Gemeenschap gelegen haven met bestemming de Gentse zeehaven, mogen het Kanaal van Gent naar Terneuzen pas opvaren op voorwaarde dat de exploitant bij de afvaart uit de vertrekhaven de havenkapiteinsdienst van die haven alle gegevens zoals voorzien in bijlage 2 heeft medegedeeld.
§ 2. Ten aanzien van de vaststelling of gevaarlijke stoffen van klasse 1 van de I.M.D.G.-Code in massa kunnen exploderen, is het oordeel van het hoofd van de Dienst der Springstoffen van het Ministerie van Economische Zaken bindend.
§ 3. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op: a) oorlogsschepen en andere schepen van de overheid die voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt;
b) bunkers, proviand en scheepsuitrusting voor gebruik aan boord.

 

Article 43bis. Obligation d’informer

§ 1er.[Arrêté royal du 21 janvier 2000] Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis et venant d’un port situé hors de la Communauté, à destination du port de Gand, ne peuvent remonter le Canal de Gand à Terneuzen qu’à condition que l’exploitant ait notifié, lors de l’appareillage du port de départ, à la capitainerie de ce port, toutes les informations mentionnées à l’annexe 2.
§ 2. Pour déterminer si des matières dangereuses de la classe 1 du Code I.M.D.G. peuvent exploser en masse, l’avis du chef du Service des Explosifs du Ministère des Affaires économiques est déterminant.
§ 3. Les dispositions des paragraphes 1er et 2 ne s’appliquent pas:
a) aux navires de guerre et autres bâtiments officiels utilisés à des fins non commerciales;
b) aux soutes, à l’avitaillement et au matériel d’armement destinés à être utilisés à bord.

 
 

Artikel 43ter. Meldingsplicht.

§ 1. [Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000]Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vanuit de Gentse zeehaven vervoeren, mogen het kanaal van Gent naar Terneuzen slechts afvaren nadat hun exploitant vooraf de havenkapiteinsdienst van die haven alle gegevens zoals voorzien in bijlage 2 heeft medegedeeld.
§ 2. Deze melding dient minstens 4 uur voor afvaart te geschieden.
§ 3. [Koninklijk besluit dd. 3 mei 1999]Voor de toepassing van paragraaf 1 worden met schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren gelijkgesteld: schepen die met dergelijke stoffen beladen zijn geweest maar waarvan hetzij door een erkende deskundige, hetzij door of vanwege de daartoe aangeduide ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole nog geen verklaring is afgegeven waarin bevestigd wordt dat het schip geen gevaarlijke of verontreinigende stoffen meer bevat.
§ 4. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op:
a) oorlogsschepen en andere schepen van de overheid die voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt;
b) bunkers, proviand en scheepsuitrusting voor gebruik aan boord.

 

Article 43ter. Obligation d’informer

§ 1er.[Arrêté royal du 21 janvier 2000] Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis et venant du port de Gand, ne peuvent descendre le Canal de Gand à Terneuzen qu’après que leur exploitant ait notifié préalablement à la capitainerie de ce port, toutes les informations mentionnées à l’annexe 2.
§ 2. Cette notification doit se faire au moins 4 heures avant l’appareillage.
§ 3.[Arrêté royal du 3 mai 1999] Pour l’application du paragraphe 1er, sont assimilés aux navires chargés de matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis, les navires qui ont été chargés de telles matières mais pour lesquels il n’a pas encore été délivré de déclaration certifiant que le navire ne contient plus de matières dangereuses ou polluantes, soit par un expert agréé, soit par l’agent chargé du contrôle de la navigation, désigné à cet effet ou de la part de celle-ci.
§ 4. Les dispositions des paragraphes 1er et 2 ne s’appliquent pas:
a) aux navires de guerres et autres bâtiments officiels utilises à des fins non commerciales;
b) aux soutes, à l’avitaillement et au matériel d’armement destinés à être utilisés à bord.

 
 

Artikel 43quater. Meldingsplicht.

§ 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoeren moeten zich minstens 4 uur voor het bevaren van het kanaal van Gent naar Terneuzen melden aan het Vessel Traffic Service Scheldemonden.
§ 2. De melding bedoeld in § 1 dient te omvatten:
1. [Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000]de gegevens voorzien in bijlage 2 onder de punten 1 tot en met 5 en 9;
2. de opgave van broei, brand, schade aan het zeeschip of lading of een vermoeden daarvan;
3. de mededeling van eventuele tekortkomingen of voorvallen die de normale veilige bestuurbaarheid van het schip kunnen verminderen, een veilige doorvaart nadelig kunnen beïnvloeden of een gevaar kunnen meebrengen voor het milieu.

 

Article 43quater. Obligation d’informer

§ 1er. Les navires transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis doivent s’annoncer au Vessel Traffic Service Scheldemonden (VTS Embouchures de l’Escaut), au moins 4 heures avant de s’engager dans le Canal de Gand à Terneuzen.
§ 2. La notification prévue au § 1er, doit préciser:
1. [Arrêté royal du 21 janvier 2000]les informations prévues à l’annexe 2 sous les points 1 à 5 inclus et 9;
2. s’il y a eu échauffement spontané, incendie, endommagement du navire ou de la cargaison, ou présomption d’un tel incident;
3. s’il y a éventuellement eu des incidents ou manquements susceptibles de réduire la manoeuvrabilité normale et sûre du navire, de compromettre la sécurité du passage ou d’entraîner un danger pour l’environnement.

 
  Artikel 43quinquies.[Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000] Meldingsplicht.
De kapitein van een zeeschip dat bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoert dient er zorg voor te dragen dat er gebruik gemaakt wordt van de diensten van een loods die bevoegd is voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen en dat de checklist waarvan het model is voorzien in bijlage 3, bij het aan boord komen van de loods nauwkeurig en waarheidsgetrouw is ingevuld en afgegeven wordt aan de loods.
  Article 43quinquies.[Arrêté royal du 21 janvier 2000] Obligation d’informer
Le capitaine d’un navire transportant certaines matières dangereuses ou polluantes en vrac ou en colis doit veiller à utiliser les services d’un pilote compétent pour le Canal de Gand à Terneuzen et à ce que la fiche de contrôle dont le modèle est reproduit à l’annexe 3 soit complétée avec exactitude et soin et remise au pilote au moment où il monte à bord.
 
 

Artikel 44. Buitenboord steken van voorwerpen

§ 1. Een schip mag geen voorwerpen hebben uitsteken, tenzij daarmee geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan andere schepen en aan kunstwerken kan worden veroorzaakt.
§ 2. Een schip moet een anker waarvan geen gebruik wordt gemaakt, geheel inhieuwen.

 

Article 44. Objets dépassant le bord

§ 1er. Aucun objet ne peut dépasser d’un bateau, à moins qu’il n’en résulte aucune gêne ni danger pour la navigation et qu’il ne puisse causer aucun dommage aux autres bateaux ou aux ouvrages d’art.
§ 2. Les ancres dont il n’est pas fait usage, doivent être complètement relevées.

 
 

Artikel 45. Vrijmaken van het vaarwater

§ 1. De kapitein of schipper moet de nodige maatregelen nemen om het vaarwater zo spoedig mogelijk vrij te maken als zijn schip, dat is vastgevaren of gezonken, of als een door zijn schip verloren voorwerp, het vaarwater geheel of gedeeltelijk verspert of dreigt te versperren.
§ 2. De voorgaande verplichting geldt ook voor de kapitein of schipper wiens schip dreigt te zinken of onmanoeuvreerbaar wordt.
§ 3. Indien vanaf een schip stoffen of voorwerpen te water raken, moet de kapitein of schipper er voor zorgen dat deze zo spoedig mogelijk worden opgeruimd.
§ 4. Bij de voorgaande verplichtingen moeten de aanwijzingen van de bevoegde personen worden opgevolgd.

 

Article 45. Dégagement de la voie navigable

§ 1er. Le capitaine ou le patron prendra les mesures nécessaires pour dégager au plus tôt la voie navigable lorsque son bateau échoué ou coulé ou lorsqu’un objet perdu par son bateau obstrue ou risque d’obstruer entièrement ou partiellement la voie navigable.
§ 2. L’obligation visée ci-dessus s’applique également au capitaine ou au patron dont le bateau menace de couler ou devient manœuvrable.
§ 3. Lorsque des matières ou des objets tombent à l’eau, le capitaine ou le patron doit les faire enlever au plus tôt.
§ 4. En ce qui concerne les obligations susvisées, il y a lieu de suivre les instructions des personnes compétentes.

 
  Artikel 46. Laden en lossen
Schepen mogen alleen geladen of gelost worden op de daartoe bestemde of door de beheerder aangewezen plaatsen.
  Article 46. Chargement et déchargement
Aucun bateau ne peut être chargé ou déchargé en d’autres endroits que ceux qui y sont destinés ou qui ont été désignés par le gestionnaire.
 
  Artikel 47. Werkzaamheden op of aan schepen
Het is verboden herstellings-, schoonmaak-, ontgassings-, ontsmettings- of andere werkzaamheden op of aan schepen te verrichten wanneer deze gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart kunnen opleveren, tenzij die werkzaamheden plaatsvinden:
a) [Koninklijk besluit dd. 3 mei 1999]met toestemming van de daartoe aangeduide ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole, of
b) op een scheepswerf dan wel op of aan het terrein van een herstellingsinrichting.
  Article 47. Travaux effectués à ou sur des bateaux
Il est interdit d’effectuer à ou sur des bateaux des travaux de réparation, de nettoyage, de dégazage, de désinfection ou autres, lorsque ceux-ci sont susceptibles de mettre en danger la navigation, de causer des dégâts ou de constituer une entrave à la navigation, à moins que ces travaux n’aient lieu:
a) [Arrêté royal du 3 mai 1999] avec l’autorisation de l’agent chargé du contrôle de la navigation, désigné à cet effet,, ou
b) soit sur un chantier naval, soit sur le terrain d’une installation de radoub.
 
  Artikel 48. Diverse activiteiten
Behoudens vergunning van de beheerder is het verboden:
a) een schip op een ligplaats te gebruiken als opslagplaats of voor het uitoefenen van een bedrijf;
b) met een schip, al dan niet varend, goederen of diensten aan te bieden;
c) schepen te slopen;
d) zich met een schip te vestigen tot het houden van vast verblijf of het verlenen van huisvesting;
e) een schip vanaf de wal te water te laten of met een schip proef te draaien.
  Article 48. Activités diverses
Sauf autorisation du gestionnaire il est interdit:
a) d’utiliser un bateau se trouvant au poste d’amarrage comme entrepôt ou pour l’exploitation d’une entreprise;
b) de mettre en vente des biens ou des services en utilisant un bateau qui se déplace ou non;
c) de déchirer des bateaux;
d) de s’établir dans un bateau en domicile fixe ou de l’utiliser à des fins d’hébergement;
e) de procéder à la mise à l’eau à partir de la rive d’un bateau ou d’effectuer des essais de propulsion.
 
  Artikel 49.[Koninklijk besluit dd. 3 mei 1999] Bijzondere gebeurtenissen
Zonder vergunning van de daartoe aangeduide ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole is het verboden op het kanaal een sportevenement, een waterfeest of een vergelijkbare gebeurtenis te houden.
  Article 49.[Arrêté royal du 3 mai 1999]Événements particuliers
Il est interdit d’organiser dans le canal des événements sportifs, des fêtes aquatiques ou tout événement similaire sans l’autorisation de l’agent chargé du contrôle de la navigation, désigné à cet effet.
 
  Artikel 50. Toestemmingen, ontheffingen en vergunningen
Aan de toestemmingen, ontheffingen en vergunningen kunnen voorwaarden worden verbonden.
  Article 50. Permissions, dispenses et autorisations
Toute permission, dispense ou autorisation peut être soumise à des conditions.
 
         
 

Artikel 51. Verkeerstekens

§ 1. In het belang van de veiligheid of het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer kunnen verkeerstekens worden aangebracht of verwijderd door de beheerder.
§ 2. [Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000]De verkeerstekens die kunnen worden aangebracht en hun betekenis zijn vermeld in bijlage 1.
Bij bekendmaking kunnen voorschriften worden gegeven die een verbod, een gebod, een aanbeveling of een inlichting bevatten en die in de plaats treden van de verkeerstekens vermeld in bijlage 1.
§ 3. [Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000]De in bijlage 1 van dit reglement opgenomen verkeerstekens hebben, zodra zij worden aangebracht, dezelfde verordenende kracht als dit reglement.
Van een verkeersteken en van een voorschrift die een verbod of een gebod bevatten, kan door een bevoegd persoon ontheffing worden verleend.
§ 4. [Koninklijk besluit dd. 21 januari 2000]De in bijlage 1 vermelde verkeerstekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt door bijpanelen:
- de boven een verkeersteken aangebrachte bijpanelen duiden op de afstand waarop de gesignaleerde toestand zich bevindt;
- de onderaan aangebrachte bijpanelen duiden op de aard van het verbod, gebod, de beperking of de aanwijzing;
- de opzij aangebrachte bijpanelen duiden op de afstand of de richting waarvoor het paneel geldt.

 

Article 51. Signaux de navigation

§ 1er. Afin d’assurer la sécurité ou la fluidité de la navigation le gestionnaire peut placer ou enlever tout signal de la voie navigable.
§ 2.[Arrêté royal du 21 janvier 2000] Les signaux de la voie navigable pouvant être placés ainsi que leur signification figurent dans l’annexe 1.
Par voie d’avis, peuvent être données des prescriptions qui contiennent des interdictions, des injonctions, des recommandations ou des renseignements et qui remplacent les signaux prévus à l’annexe 1.
§ 3.[Arrêté royal du 21 janvier 2000] Les signaux repris à l’annexe 1 ont, dès qu’ils sont placés, la même force obligatoire que le présent règlement.
Une personne compétente peut dispenser de l’observation des signaux de navigation et des prescriptions comportant une interdiction ou une injonction.
§ 4.[Arrêté royal du 21 janvier 2000] Les signaux indiqués à l’annexe 1 peuvent être complétés ou précisés par des panneaux complémentaires:
- les panneaux posés au dessus d’un signal, indiquent la distance jusqu’à la situation signalée;
- les panneaux posés en dessous indiquent la nature de l’interdiction, de l’injonction, de la restriction ou de la directive;
- les panneaux apposés latéralement indiquent la distance ou la direction pour laquelle le signal est valable.

 
 

Artikel 52. Verkeersaanwijzingen en bekendmakingen

§ 1. Elk bevoegd persoon kan ter verzekering van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en ter bescherming van de werken, de kapitein of een schipper een verkeersaanwijzing geven.
Verkeersaanwijzingen hebben voorrang op verkeerstekens.
§ 2. De met de politie te water belaste overheid van de federale politie en de beheerder kunnen tevens ter verzekering van de in paragraaf 1 bedoelde belangen voor bijzondere situaties tijdelijke voorschriften vaststellen, die als bekendmakingen aan de scheepvaart worden uitgegeven.
§ 3. De bekendmakingen, bedoeld in paragraaf 2 worden gepubliceerd voor wat de zeeschepen betreft in de “Berichten aan Zeevarenden” en voor wat de binnenschepen betreft, in de “Berichten aan de Schipperij”.
§ 4. Kapiteins en schippers moeten aan de verkeersaanwijzingen gevolg geven en de tijdelijke voorschriften naleven.
§ 5. Het besluit van de beheerder om ten aanzien van een schip gebruik te maken van de prerogatieven vermeld in artikel 14, eerste lid, van de wet van 11 april 1989 houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake de zeevaart, wordt bekendgemaakt in de “Berichten aan de Zeevarenden” als het om een zeeschip gaat, en in de “Berichten aan de Schipperij” als het om een binnenschip gaat.

 

Article 52. Instructions et avis

§ 1er. Afin d’assurer la sécurité et la fluidité de la navigation et de protéger les ouvrages, toute personne compétente peut donner au capitaine ou au patron une instruction.
Les instructions ont priorité sur les signaux.
§ 2.[Arrêté royal du 3 mai 1999] En vue d’assurer les intérêts visés au paragraphe 1er et pour des situations particulières, l’autorité compétente et le gestionnaire peuvent également édicter des prescriptions temporaires communiquées aux navigateurs sous forme d’avis.
§ 3. Les avis visés au paragraphe 2 sont publiés en ce qui concerne les navires dans “Les Avis aux Navigateurs” et en ce qui concerne les bateaux fluviaux dans les “Avis à la Batellerie”.
§ 4. Les capitaines et les patrons doivent obtempérer aux instructions et observer les prescriptions temporaires.
§ 5. La décision du gestionnaire de faire usage, à l’égard d’un bateau, des prérogatives prévues à l’alinéa 1er de l’article 14 de la loi du 11 avril 1989 portant approbation et exécution de divers actes internationaux en matière de navigation maritime, est publiée dans les “Avis aux Navigateurs” lorsqu’elle concerne un navire, et dans les “Avis à la Batellerie” lorsqu’elle concerne un bateau fluvial.

 
  Hoofdstuk VI. Slotbepalingen   Chapitre VI. Dispositions finales  
  Artikel 53. Verplichting tot het aan boord hebben van het reglement
Aan boord van elk schip, waarop dit reglement van toepassing is, met uitzondering van een open klein schip, moet een bijgewerkt exemplaar van dit reglement aanwezig zijn. Dit reglement moet op eerste aanvraag van een bevoegd persoon ter inzage worden gegeven.
  Article 53. Obligation de conserver à bord un exemplaire du règlement
Tout bateau soumis au présent règlement, à l’exception d’une petite embarcation non-pontée doit disposer à bord d’un exemplaire de celui-ci tenu à jour. Cet exemplaire doit être présenté pour contrôle à toute requête d’une personne compétente.
 
  Artikel 54. Ambtenaren belast met de uitvoering van dit reglement
§ 1. [Koninklijk besluit dd. 3 mei 1999]Met de uitvoering van dit reglement zijn belast, ieder voor zijn ambtsgebied:
- de met de politie te water belaste overheid van de federale politie en de daartoe aangeduide ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole;
- de Gentse havenkapitein of zijn gemachtigde.
§ 2. De Gentse havenkapitein of zijn gemachtigde en de loodsdienst regelen in onderling overleg de aankomst of het vertrek van de schepen aan of van de kaaien beheerd door het Havenbedrijf van de stad Gent.
§ 3.De beheerder wordt aangewezen als de openbare overheid vermeld in artikel 12, 3°, van de wet van 11 april 1989 houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake de zeevaart.
§ 4. [Koninklijk besluit dd. 3 mei 1999]De met de politie te water belaste overheid van de federale politie is gelast met het vasthouden of het in beslag nemen vermeld in artikel 17, § 1, derde lid, van de voormelde wet van 11 april 1989.
 

Article 54. Fonctionnaires chargés de l’exécution du présent règlement
§ 1er.[Arrêté royal du 3 mai 1999] Sont chargés de l’exécution du présent règlement, chacun pour son ressort:
- l’autorité de la police fédérale chargée de la police des eaux et l’agent chargé du contrôle de la navigation, désigné à cet effet;
- le capitaine du port de Gand ou son délégué.
§ 2. Le capitaine du port de Gand ou son délégué et le service du pilotage règlent en concertation l’arrivée des navires aux quais ou leur départ des quais gérés par l’entreprise portuaire de la ville de Gand.
§ 3. Le gestionnaire est désigné comme l’autorité publique visée à l’article 12, 3°, de la loi du 11 avril 1989 portant approbation et exécution de divers actes internationaux en matière de navigation maritime.
§ 4.[Arrêté royal du 3 mai 1999] L’autorité de la police fédérale chargée de la police des eaux est chargé de la retenue et de la saisie dont question à l’article 17, § 1er, 3e alinéa, de la loi du 11 avril 1989 susvisée.

 
  Artikel 55. Algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk
Artikel 108 van het koninklijk besluit van 5 oktober 1935 vaststellende het algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk, wordt met het volgende lid aangevuld: “Enkel de artikelen 5, 7 tot 10, 30, 40, 47bis, 49 1) tot 3), 50, 51, 67 tot 91, 93 tot 95, 103 en 109 zijn echter van toepassing op het kanaal van Gent naar Terneuzen.
  Article 55. Le règlement général des voies navigables du Royaume
L’article 108 de l’arrêté royal du 15 octobre 1935 approuvant le règlement général des voies navigables du Royaume, est complété par l’alinéa suivant: “Toutefois, seuls les articles 4, 7 à 10, 30, 40, 47bis, 49 1) à 3), 50, 51, 67 à 91, 93 à 95, 103 et 109 sont applicables au canal de Gand à Terneuzen.
 
 

Artikel 56. Scheepvaartrechten

§ 1. Geen scheepvaartrechten worden geëist voor:
1. de zeeschepen;
2. de sleepboten die zeeschepen slepen of assisteren;
3. de binnenschepen die van een zeeschip een lading of een deel ervan vervoeren naar dezelfde losplaats als deze van het zeeschip, of van de laadplaats van het zeeschip naar het zeeschip zelf. Deze binnenvaartuigen moeten in het bezit zijn van een verklaring van de Belgische of Nederlandse douane dat de vracht onder die voorwaarden werd geladen.
§ 2. Het ontvangstkantoor van de scheepvaartrechten is gevestigd te Zelzate in het douanegebouw.

 

Article 56. Les droits de navigation

§ 1er. Les droits de navigation ne seront pas réclamés pour:
1. les navires;
2. les remorqueurs remorquant ou assistant des navires;
3. les bateaux fluviaux transportant une cargaison, en tout ou en partie, d’un navire au même endroit de déchargement que celui de ce navire, ou de l’endroit de chargement du navire jusqu’au navire même. Ces bateaux fluviaux doivent être munis d’une déclaration émanant de la douane belge ou néerlandaise affirmant que la cargaison a été chargée dans les conditions énoncées.
§ 2. L’office du receveur des droits de navigation est situé dans le poste douanier à Zelzate.

 
  Artikel 57. Opheffing
Het koninklijk besluit van 7 september 1950 tot goedkeuring van het bijzonder reglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1952, 16 oktober 1954 en 17 oktober 1956, wordt opgeheven.
  Article 57. Rapporté
L’arrêté royal du 7 septembre 1950 approuvant le règlement particulier du canal de Gand à Terneuzen, modifié par les arrêtés royaux du 25 mars 1952, 16 octobre 1954 et 17 octobre 1956, est abrogé.
 
  Artikel 58. Opheffing
Het koninklijk besluit van 27 januari 1992 houdende scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen wordt ingetrokken.
  Article 58. Rapporté
L’arrêté royal du 27 janvier 1992 portant règlement de navigation du canal de Gand à Terneuzen est rapporté.
 
  Artikel 59. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 1 november 1992.
  Article 59. Entrée en vigueur
Le présent arrêté entre en vigueur le 1er novembre 1992.
 
  Artikel 60. Uitvoeringsbepaling
Onze Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Article 60. Exécutoire
Notre Ministre des Communications et des Entreprises publiques est chargé de l’exécution du présent arrêté.