Règlement de la navigation sur la Meuse mitoyenne

 

Scheepvaartreglement gemeenschappelijke Maas

 
Ch.3

Chapitre 4
Signalisation sonore des bâtiments

H.3

Hoofdstuk 4
Geluidsseinen van schepen

 
 

Article 4.01 Généralités

1. Les signaux sonores à utiliser sont les suivants:
- son très bref: signal sonore d'une durée d'environ un quart de seconde;
- son bref: signal sonore d'une durée d'environ 1 seconde;
- son prolongé: signal sonore d'une durée d'environ 4 secondes;
- coup de cloche: signal sonore émis à l'aide de la cloche du bâtiment.
L'intervalle entre deux sons successifs doit être d'environ 1 seconde. Une série de sons très brefs est constitué d'au moins 6 sons d'une durée d'environ un quart de seconde chacun, l'intervalle entre les sons successifs étant d'environ un quart de seconde.
2. Des signaux sonores, autres que des volées de cloche, doivent être émis :
a) à bord d'un bâtiment motorisé, à l'exception d'une petite embarcation, au moyen d'avertisseurs sonores en bon état de fonctionnement et actionnés mécaniquement, placés suffisamment haut, dégagés vers l'avant et autant que possible vers l'arrière;
b) à bord d'un bâtiment autre qu'un bâtiment motorisé et d'une menue embarcation motorisée, soit au moyen d'avertisseurs sonores actionnés mécaniquement, soit au moyen d'une trompe ou d'une corne appropriée.
3. Un bâtiment motorisé doit montrer un signal lumineux clair, jaune et visible sur tout l'horizon, en même temps qu'il émet un signal sonore. Le présent alinéa n'est pas d'application à une menue embarcation et ne vaut pas pour les coups ou les volées de cloche.
4. Dans le cas d'une formation, les signaux sonores peuvent seulement être émis par le bâtiment à bord duquel se trouve le conducteur de la formation.
5. Une volée de cloche émise par un bâtiment doit avoir une durée d'environ quatre secondes.
6. Une volée de cloche peut être remplacée par une série de coups d'un métal sur un autre métal.

Article 4.02 Usage des signaux sonores

1. Un bâtiment, à l'exception d'une menue embarcation, doit, en cas de besoin, signaler ses manœuvres par les signaux sonores suivants:
- un son prolongé: Attention.
- un son bref: Je viens sur tribord.
- deux sons brefs: Je viens sur bâbord.
- trois sons brefs: Je bats en arrière.
- quatre sons brefs: Je ne suis pas maître de ma manœuvre.
- une série de sons très brefs: Il y a risque d'abordage.
2. En cas de besoin, une menue embarcation doit émettre les signaux « Attention » et « Je ne suis pas maître de ma manœuvre » et peut émettre un des autres signaux sonores généraux.

Article 4.03 Signaux sonores interdits

Un bâtiment ne peut faire usage soit de ses avertisseurs sonores, soit de la trompe ou de la corne, que pour émettre les signaux sonores mentionnés au présent règlement et ne peut pas émettre ces signaux dans des conditions autres que celles prévues au présent règlement.

 

Artikel 4.01 Algemene bepalingen

1. De te gebruiken geluidsseinen zijn de volgende:
- zeer korte stoot: geluidssein met een tijdsduur van ongeveer een kwart seconde;
- korte stoot: geluidssein met een tijdsduur van ongeveer 1 seconde;
- lange stoot: geluidssein met een tijdsduur van ongeveer 4 seconden;
- klokslag: sein met de scheepsklok.
De tijdruimte tussen twee opeenvolgende stoten bedraagt ongeveer 1 seconde. Een reeks zeer korte stoten wordt gevormd door ten minste 6 stoten, elk durende ongeveer een kwart seconde waarbij de tijdruimte tussen de opeenvolgende stoten ongeveer een kwart seconde bedraagt.
1.[sic] Geluidsseinen, niet zijnde klokslagen, moet:
a) een motorschip, met uitzondering van een klein schip, geven door middel van een mechanisch werkende geluidsinstallatie die voldoende hoog is opgesteld en vrij staat naar voren en voor zover mogelijk ook naar achteren, die goed functioneert;
b) een schip, niet zijnde een motorschip, en een klein motorschip geven door middel van een mechanisch werkende geluidsinstallatie dan wel een geschikte scheepstoeter of hoorn.
2. Een motorschip moet gelijktijdig met een geluidssein een geel helder rondom schijnend lichtsein tonen. Dit lid is niet van toepassing op een klein schip en het geldt niet voor klokslagen of reeksen klokslagen.
3. Bij een samenstel mogen de geluidsseinen slechts worden gegeven door het schip aan boord waarvan zich de schipper van het samenstel bevindt.
4. Een schip moet een reeks klokslagen ongeveer vier seconden doen duren.
5. Een schip mag in plaats van een reeks klokslagen een reeks slagen van metaal op metaal geven.

Artikel 4.02 Geven van geluidsseinen

1. Een schip, met uitzondering van een klein schip, moet zo nodig zijn handelingen door de volgende geluidsseinen kenbaar maken:
- één lange stoot: Attentie.
- één korte stoot: Ik ga stuurboord uit.
- twee korte stoten: Ik ga bakboord uit.
- drie korte stoten: Ik sla achteruit.
- vier korte stoten: Ik kan niet manoeuvreren.
- reeks zeer korte stoten: Er dreigt gevaar voor aanvaring.
2. Een klein schip moet zonodig het attentiesein en het sein «Ik kan niet manoeuvreren» geven en het mag zonodig één der overige algemene geluidsseinen geven.

Artikel 4.03 Verboden geluidsseinen

Een schip mag slechts van de geluidsinstallatie dan wel van de scheepstoeter of de hoorn gebruik maken voor het geven van de geluidsseinen welke in dit reglement worden vermeld en deze geluidsseinen niet geven onder andere omstandigheden dan die welke in dit reglement zijn voorzien.

 
    Ch.5   H.5