binnenvaartwetten  
Titel
19 NOVEMBER 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 november 1997, gesloten in het Paritair ComitÚ voor de binnenscheepvaart tot co÷rdinatie van sommige bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1997, gesloten in het Paritair ComitÚ voor de binnenscheepvaart, in uitvoering van het protocolakkoord van 14 mei 1997 omtrent een tewerkstellingsakkoord zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel III van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen voor de jaren 1997 en 1998, voor de duw- en continuvaart (Overeenkomst geregistreerd op 2 juli 1998 onder het nummer 48576/CO/139).

Bron :
TEWERKSTELLING EN ARBEID
Publicatie : 19-12-2001
Inwerkingtreding : 01-04-1997
Dossiernummer : 1997-11-19/40
Inhoudstafel
I. Toepassingsgebied.
Art. 1-2
II. Lonen en vergoedingen.
1. Lonen :
Art. 3-14
III. Koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
Art. 15-16
IV. Bijzondere bepalingen.
Art. 17
V. Geldigheidsduur.
Art. 18
Tekst
I. Toepassingsgebied.
  Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op :
  1░ het varend personeel van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair ComitÚ voor de binnenscheepvaart en het vervoer van goederen verrichten door middel van duw- en/of continuvaart;
  2░ de werkgevers die het onder 1░ bedoelde personeel tewerkstellen.
  Art. 2. 1░ Door duwvaart wordt verstaan :
  a) de duwboten en de als duwboten omgebouwde sleepboten welke ÚÚn of meerdere schepen samengevoegd voortduwen;
  b) de schepen, met of zonder mechanische voortbewegingsmiddelen, welke door de onder a) vermelde duwboten worden voortgeduwd.
  2░ Door continuvaart wordt verstaan : de Binnenvaart-, Rijnvaart- of tankschepen, al dan niet met mechanische voortbewegingsmiddelen uitgerust, welke door verschillende ploegen worden bemand.
  II. Lonen en vergoedingen.
  1. Lonen :
  Art. 3. A. De minimum maandlonen van het in artikel 1, 1░, bedoeld personeel, tewerkgesteld op duwboten van 300 en meer effectieve pk, worden als volgt vastgesteld :

                                                   BEF
  Kapitein                                           74 274
  Eerste stuurman                                    68 013
  Tweede stuurman                                    64 405
  Matroos-motordrijver                               61 752
  Matroos                                            58 993
  Bakschipper                                        63 768
  Hulpbakschipper van meer dan 18 jaar               60 054
  Hulpbakschipper tot en met 18 jaar en met meer
   dan een jaar dienst                               52 308
  Hulpbakschipper tot en met 18 jaar en met
   minder dan een jaar dienst                        47 108


  B. De minimum maandlonen voor het in artikel 1, 1░, bedoeld personeel, tewerkgesteld op duwboten van minder dan 300 effectieve pk, worden als volgt vastgesteld :

                                                   BEF
  Kapitein                                           67 588
  Eerste stuurman                                    61 964
  Tweede stuurman                                    58 674
  Matroos-motordrijver                               56 340
  Matroos                                            53 899


  2. Premie voor ploegwerk :
  Art. 4. Het ploegwerk geeft recht op de volgende maandelijkse premie :
  A. Op schepen van 300 en meer effectieve pk :

                                                   BEF
  Kapitein                                            8 065
  Eerste stuurman                                     7 323
  Tweede stuurman                                     6 845
  Matroos-motordrijver                                6 473
  Matroos                                             6 102
  Bakschipper                                         6 314
  Hulpbakschipper van meer dan 18 jaar                5 889
  Hulpbakschipper tot en met 18 jaar en met meer
   dan een jaar dienst                                5 041
  Hulpbakschipper tot en met 18 jaar en met
   minder dan een jaar dienst                         4 510


  B. Op schepen van minder dan 300 effectieve pk :

                                                   BEF
  Kapitein                                            7 323
  Eerste stuurman                                     7 004
  Tweede stuurman                                     6 155
  Matroos-motordrijver                                5 836
  Matroos                                             5 518


  Art. 5. Voor de bakschippers en hulpbakschippers is de vergoeding voor ploegwerk niet verschuldigd, indien zij het werk steeds op hetzelfde uur aanvangen.
  3. Vergoeding voor schafttijden :
  Art. 6. Voor de aan boord doorgebrachte schafttijden wordt, behalve aan de bakschippers en hulpbakschippers, volgende maandelijkse vergoeding toegekend :
  A. Op schepen van 300 en meer effectieve pk :

                                                   BEF
  Kapitein                                            2 971
  Eerste stuurman                                     2 739
  Tweede stuurman                                     2 590
  Matroos-motordrijver                                2 451
  Matroos                                             2 302


  B. Op schepen van minder dan 300 effectieve pk :

                                                   BEF
  Kapitein                                            2 706
  Eerste stuurman                                     2 474
  Tweede stuurman                                     2 345
  Matroos-motordrijver                                2 229
  Matroos                                             2 123


  4. Vergoeding voor huisvesting aan wal :
  Art. 7. Het in artikel 1, 1░, bedoeld personeel, behalve de bakschippers en hulpbakschippers, heeft recht op volgende maandelijkse vergoeding voor huisvesting aan wal :

                                                   BEF
  Gehuwden                                            5 200
  Ongehuwden                                          3 820


  5. Voedselvergoeding :
  Art. 8. Indien de werkgever het voedsel niet gratis verstrekt, worden onderstaande voedselvergoedingen uitgekeerd :
  a) kapitein, eerste stuurman, tweede stuurman, matroos-motordrijver, matroos : 419 BEF per dag aanwezigheid aan boord;
  b) bakschippers en hulpbakschippers : 212 BEF vanaf de aanvang van het vierde overuur dat op de dagtaak aansluit.
  6. Vergoeding voor het opkuisen van de bakken :
  Art. 9. Voor het opkuisen van de bakken wordt aan het personeel dat hiervoor wordt ingezet een extravergoeding van 4 BEF per man en per uur betaald.
  7. Vergoeding bij lossen van verstuivende goederen :
  Art. 10. Aan de bemanningsleden betrokken bij het lossen van bakken waarin zich verstuivende goederen bevinden, wordt een toeslag van 114 BEF per " shift " betaald.
  8. Vergoeding voor het kuisen van tanks :
  Art. 11. Aan de bemanningsleden die voor het kuisen van de tanks worden ingezet, wordt een vergoeding van 468 BEF per man en per tank betaald.
  Wanneer een bak meerdere tanks bevat, is deze vergoeding voor iedere tank verschuldigd.
  9. Vergoeding van vervoerskosten van de woonplaats naar de plaats van bijeenkomst :
  Art. 12. Voor de verplaatsing van hun woning naar de plaats van bijeenkomst, heeft het in artikel 1, 1░, bedoelde personeel, behalve de bakschippers en hulpbakschippers, recht op een bedrag gelijk aan 54 pct. van de kosten van het openbaar vervoer.
  10. Vergoeding van reisuren :
  Art. 13. De reisuren vanaf de plaats van bijeenkomst tot aan het schip, worden tegen het uurloon vergoed.
  11. Overwerk en werk op zondag :
  Art. 14. Het uurloon voor eventueel overwerk wordt berekend op basis van het maandloon, verhoogd met de maandelijkse premie voor ploegwerk en wordt op 1/173,33 van het hierboven bedoelde bedrag vastgesteld.
  Het loon voor eventueel werk op zondag wordt berekend op basis van het maandloon, verhoogd met de maandelijkse premie voor ploegwerk en wel als volgt :
  1░ voor arbeidsprestaties van maximum acht uren en minder :
  8/173,33 van het hierboven bedoeld bedrag, ongeacht de duur van de prestaties en verhoogd, per uur arbeidsprestaties, met 1/173,33 van het hierboven bedoeld bedrag;
  2░ voor arbeidsprestaties van meer dan acht uren :
  voor de eerste acht uren, het loon voorzien in 1░ en vanaf het negende uur, het dubbel van hetgeen is voorzien in artikel 14, 1e lid.
  III. Koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  Art. 15. De lonen, premies en vergoedingen, respectievelijk vastgesteld bij de artikelen 3, 4, 6, 7 en 8, worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  Zij staan tegenover het indexcijfer 120,62.
  Deze lonen, premies en vergoedingen worden verhoogd of verlaagd in functie van het indexcijfer van de consumptieprijzen, op de wijze voorzien in artikel 34 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 november 1997, gesloten in het Paritair ComitÚ voor de binnenscheepvaart, tot vaststelling van de lonen, vergoeding en arbeidsvoorwaarden van het varend personeel en tot koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, met dien verstande dat de vergoedingen steeds worden afgerond op ÚÚn frank, van 1 tot 49 centiemen vallen weg, van 50 tot 99 centiemen worden afgerond tot op de hogere frank.
  Art. 16. Voor zover in deze collectieve arbeidsovereenkomst geen afwijkende bepalingen voorkomen, zijn de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 november 1997, gesloten in het Paritair ComitÚ voor de binnenscheepvaart, tot vaststelling van de lonen, vergoedingen en arbeidsvoorwaarden van het varend personeel en tot koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, eveneens van toepassing op de in artikel 1 bedoelde werkgevers en hun personeel.
  IV. Bijzondere bepalingen.
  Art. 17. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 1993, gesloten in het Paritair ComitÚ voor de binnenscheepvaart, houdende co÷rdinatie van sommige bepalingen van het raamakkoord van 7 juni 1993 betreffende het protocol van akkoord 1993-1994, voor de duw- en continuvaart, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 1996.
  V. Geldigheidsduur.
  Art. 18. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 april 1997 en is gesloten voor onbepaalde tijd.
  Zij kan worden opgezegd hetzij door de groep van de werkgeversvertegenwoordigers hetzij door de groep van de werknemersvertegenwoordigers welke deel uitmaken van het Paritair ComitÚ voor de binnenscheepvaart, mits een opzeggingstermijn van zes maanden wordt in acht genomen te rekenen van de eerste van de maand die volgt op deze waarin de opzegging werd gedaan.
  De opzegging geschiedt door een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair ComitÚ voor de binnenscheepvaart en aan de in dit comitÚ vertegenwoordigde organisaties.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 november 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-11-27/39%%).
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX