binnenvaartwetten  
Titel
4 MEI 1999. - Koninklijk besluit betreffende de ligtijd en het bedrag van de overliggelden inzake binnenbevrachting.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-06-1999 en tekstbijwerking tot 29-03-2000)

Bron : VERKEERSWEZEN
Publicatie : 05-06-1999
Inwerkingtreding : 01-07-1999
Dossiernummer : 1999-05-04/47
Inhoudstafel
Art. 1-5
Tekst
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de bevrachtingsovereenkomsten waarvan de ligtijd en het bedrag van de overliggelden worden geregeld door de artikelen 17, laatste lid, en 18, laatste lid, van de wet van 5 mei 1936 op de binnenbevrachting.
  Art. 2. Bij ontstentenis van enige bepaling in de bevrachtingsovereenkomst worden de ligtijd bij het laden, de ligtijd bij het lossen en het bedrag van de overliggelden als volgt vastgesteld :
  a) Ligtijd bij het laden :

  Tonnenmaat op basis waarvan de vracht berekend wordt     Aantal dagen
   of, bij ontstentenis, geladen tonnenmaat berekend
   volgens de meetbrief
  Tot en met 750 ton                                             2
  Meer dan 750 tot en met 1 600 ton                              3
  Meer dan 1 600 ton                                             4


  b) Ligtijd bij het lossen :

  Tonnenmaat op basis waarvan de vracht berekend wordt     Aantal dagen
   of, bij ontstentenis, geladen tonnenmaat berekend
   volgens de meetbrief
  Tot en met 750 ton                                             2
  Meer dan 750 ton tot en met 1 600 ton                          3
  Meer dan 1 600 ton                                             4


  c) Bedrag van de overliggelden per ton :

  Tonnenmaat bij de grootste inzinking        Schepen met   Schepen zonder
   zoals blijkt uit de meetbrief               mechanische   mechanische
                                               beweegkracht  beweegkracht
  Tot en met 750 ton                            12,- BEF      7,50 BEF
  Meer dan 750 ton tot en met 1 600 ton         11,- BEF      6,50 BEF
  Meer dan 1 600 ton                            10,- BEF      6,-  BEF


  Indien de afzender of de geadresseerde eist dat een schip zonder mechanische beweegkracht tijdens de operaties van laden of lossen vergezeld blijft van een duw- of sleepboot, zijn tijdens deze operaties de bedragen van de overliggelden van toepassing die gelden voor schepen met mechanische beweegkracht.
  (Het globaal bedrag van het per dag voor een schip verschuldigde overliggeld mag niet kleiner zijn dan dit waarop het grootste schip van de lagere categorie recht zou hebben. Dat bedrag zal ten minste 2 400 BEF belopen voor schepen met mechanische beweegkracht en 1 500 BEF voor schepen zonder mechanische beweegkracht.) <KB 1999-12-01/42, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 2000-04-08>
  Art. 3. Het koninklijk besluit van 2 mei 1985 betreffende de laad- en lostijd en het bedrag van het liggeld inzake rivierbevrachting, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 november 1985, wordt opgeheven.
  Art. 4. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
  Art. 5. Onze Minister van Vervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 4 mei 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Vervoer,
  M. DAERDEN
Aanhef
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 5 mei 1936 op de binnenbevrachting, inzonderheid op de artikelen 17 en 18;
   Gelet op de wet van 21 oktober 1997 houdende vaststelling van de Nederlandse tekst van het Wetboek van Koophandel, met uitzondering van Boek I, Titel VIII en IX, van de wet van 5 mei 1936 op de binnenbevrachting, van de geco÷rdineerde wetten van 25 september 1946 op het gerechtelijk akkoord en van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de Koopvaardij en Zeevisserij;
   Overwegende dat de Gewestregeringen zijn betrokken bij het ontwerpen van dit besluit;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, ž 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat het koninklijk besluit van 20 juli 1998 houdende invoering van de vrije bevrachting en de vrije prijsvorming in de sector nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren op 30 november 1998 in werking trad, zodat de liberalisering vanaf die datum toepasselijk werd in de Binnenvaart en het derhalve absoluut noodzakelijk is, ter vrijwaring van de economische belangen van de binnenvaartsector, zo snel mogelijk nieuwe bepalingen betreffende de ligtijd en het bedrag van de overliggelden vast te stellen;
   Op de voordracht van Onze Minister van Vervoer,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Wijziging(en)
---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
BEELD :
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 01-12-1999 GEPUBL. OP 29-03-2000
  • (GEWIJZIGD ART. : 2)