binnenvaartwetten  
Titel
6 DECEMBER 2002. - Ministerieel besluit houdende organisatie van een examen matroos voor de Binnenvaart.

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 21-12-2002
Inwerkingtreding : 01-01-2003
Dossiernummer : 2002-12-06/31
Inhoudstafel
Art. 1-15
BIJLAGEN.
Art. N1-N2
Tekst
Artikel 1. Er wordt een examen matroos voor de binnenvaart ingevoerd.
  Art. 2. Het examen matroos voor de binnenvaart bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte over de vakken bepaald in bijlage 1.
  Art. 3. Om tot het examen matroos voor de binnenvaart toegelaten te worden, moet de aanvrager ten minste 17 jaar oud zijn.
  Art. 4. De aanvraag voor deelneming aan het examen matroos voor de binnenvaart wordt bij het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer ingediend door middel van het vereiste formulier.
  Zij wordt gedagtekend en ondertekend door de aanvrager en vergezeld van :
  1. een kopie van de identiteitskaart of van het paspoort;
  2. een recente pasfoto.
  Art. 5. De deelneming aan het theoretisch gedeelte van het examen matroos voor de binnenvaart is afhankelijk van de voorafgaande betaling van een retributie van 50 euros.
  Art. 6. De deelneming aan het praktisch gedeelte van het examen matroos voor de binnenvaart is afhankelijk van :
  1 het slagen in het theoretisch gedeelte;
  2 de voorafgaande betaling van de kosten die voortvloeien uit het ter beschikking stellen van de schepen door de onderwijsinstellingen waar theoretische en praktische cursussen over binnenvaart worden gegeven.
  Art. 7. De kandidaat die niet slaagt in het praktisch gedeelte van het examen kan opnieuw aan dit gedeelte deelnemen na afloop van een termijn van ten minste twee maanden. Ingeval de kandidaat niet slaagt tijdens deze tweede poging, moet hij een nieuwe aanvraag voor deelneming indienen en alle proeven van het examen opnieuw afleggen.
  Art. 8. Er wordt een examencommissie opgericht, hierna te noemen "de Commissie", die belast is met de organisatie van het in artikel 1 bedoelde examen matroos voor de binnenvaart.
  Zij bestaat uit vijf leden, aangewezen op grond van hun deskundigheid, onder wie een voorzitter, die ambtenaar is, en vier examinatoren. Voor ieder werkend lid wordt ten minste een plaatsvervangend lid aangewezen.
  De mandaten van de werkende en plaatsvervangende leden worden verleend voor een duur van drie jaar en zijn hernieuwbaar.
  Art. 9. Een secretaris, aangewezen door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer, wordt aan de Commissie toegevoegd. Hij is niet stemgerechtigd.
  Art. 10. De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en bepaalt haar werkwijze.
  Art. 11. De beraadslagingen van de Commissie zijn geheim.
  Art. 12. De beslissingen van de Commissie worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter. De beslissingen worden in een proces-verbaal opgenomen.
  Na sluiting van het proces-verbaal wordt elke kandidaat ervan in kennis gesteld of hij voor het examen geslaagd of mislukt is. De kandidaat die voor het examen geslaagd is ontvangt van de voorzitter van de Commissie een verklaring als bewijs volgens het model bepaald in bijlage 2.
  Art. 13. De examens matroos voor de binnenvaart hebben plaats volgens de noodwendigheden maar ten minste eenmaal per jaar. Ze worden bekendgemaakt met alle middelen die de Commissie gepast acht.
  Art. 14. De examens matroos voor de binnenvaart worden afgenomen in het Nederlands of het Frans, volgens de taal die de aanvrager in zijn aanvraag kiest.
  Art. 15. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2003.
  Brussel, 6 december 2002.Mevr. I. DURANT
  BIJLAGEN.
  Art. N1. Bijlage 1. Vakken voor het examen matroos voor de binnenvaart.
  A. Theoretisch gedeelte.
  I. Scheepstechnologie.
  1. Soorten en type schepen;
  2. Scheepsonderdelen en onderdelen van bijzondere schepen;
  3. Scheepsuitrusting en inventaris;
  4. IJken en diepgangschalen;
  5. Theorie van de manoeuvres;
  6. Stuurhuisinrichting;
  7. Laden, lossen en stuwen.
  II. Machines.
  1. Beschrijving en onderhoud van de machines (motoren en pompen);
  2. Gebruik van de onderhoudshandleiding.
  III. Reglementen.
  1. Elementaire kennis van het Algemeen Reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk;
  2. Elementaire kennis van het Europees Reglement voor binnenlandse waterwegen (CEVNI). In het bijzonder : vaarregels en signalisatie.
  IV. Navigatie.
  1. Beschrijving vaarwater en kunstwerken;
  2. Elementaire kennis van de effecten van de getijden (niveauverschillen van het water);
  3. Elementaire kennis van de laterale en kardinale betonning.
  V. Veiligheid en preventie van ongevallen.
  1. Brandbestrijding;
  2. Reddingsmiddelen;
  3. Preventie en bescherming van personen.
  VI. Pollutiepreventie en respect voor het milieu.
  B. Praktisch gedeelte.
  1. Gebruik van de bijboot;
  2. Vertrouwd maken met het schip;
  3. Vaarklaar maken;
  4. Gebruik van preventie- en veiligheidsmiddelen;
  5. Beschrijving en gebruik van meertouwen;
  6. Besturing en manoeuvres;
  7. Schiemanswerk;
  8. Onderhoud van het schip;
  9. Toepassing van de vaarregels van CEVNI.
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 6 december 2002.
  Mevr. I. DURANT
  Art. N2. Bijlage 2. Model van de verklaring betreffende het slagen voor het examen matroos voor de binnenvaart.
  (Verklaring niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 21-12-2002, p. 57665-57666).
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 6 december 2002.
  Mevr. I. DURANT.
Aanhef
   De Minister van Mobiliteit en Vervoer,
   Gelet op de overeenkomst tussen het Groothertogdom Baden, Beieren, Frankrijk, het Groothertogdom Hessen, Nederland en Pruisen voor de Rijnvaart, getekend op 17 oktober 1868 te Mannheim, inzonderheid op artikel 46, gewijzigd door de overeenkomst van 20 november 1963, goedgekeurd door de wet van 4 februari 1967;
   Gelet op het Reglement betreffende het Onderzoek van Rijnschepen, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 30 maart 1976, zoals achteraf gewijzigd, inzonderheid op het hoofdstuk 14;
   Gelet op het koninklijk besluit van 17 november 1988 houdende goedkeuring van de resolutie nr. 11 van 4 juni 1987 van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart met betrekking tot het Reglement betreffende het Onderzoek van Rijnschepen, inzonderheid op het artikel 14.02 punt 2.2 van bijlage 1 bij de resolutie,
   Besluit :