binnenvaartwetten  
Titel
5 JUNI 1972. - Wet op de veiligheid der schepen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1987 en tekstbijwerking tot 29-05-1999)

Publicatie : 17-10-1972
Inwerkingtreding : 27-10-1972
Dossiernummer : 1972-06-05/30
Inhoudstafel
HOOFDSTUK 1. _ Begripsbepalingen.
Art. 1
HOOFDSTUK 2. _ Veiligheidsvoorwaarden.
Art. 2-4
HOOFDSTUK 3. _ Het certificaat van deugdelijkheid en andere certificaten.
Art. 5-10
HOOFDSTUK 4. _ Het toezicht op de schepen en vaartuigen en de controle op de naleving van de internationale verdragen, van de wet en van de reglementen.
Art. 11-17
HOOFDSTUK 5. _ Het beroep.
Art. 18
HOOFDSTUK 6. _ Strafbepalingen.
Art. 19-28
HOOFDSTUK 7. _ Bijzondere bepalingen voor schepen onder vreemde vlag.
Art. 29
HOOFDSTUK 8. _ Retributies.
Art. 30
HOOFDSTUK 9. _ Eindbepalingen.
Art. 31-35
Tekst
HOOFDSTUK 1. _ Begripsbepalingen.
  Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
  1° "kapitein": ieder die belast is met de leiding van een vaartuig of deze leiding in feite neemt, alsmede ieder die hem vervangt;
  2° "eigenaar": hij die het vaartuig in eigendom bezit. Voor de toepassing van deze wet wordt met eigenaar gelijkgesteld: de reder, de scheepshuurder, de exploitant of hij die het vaartuig in bezit heeft;
  3° "schip": het vaartuig dat gewoonlijk op zee personen of zaken vervoert, de visvangst bedrijft, sleepverrichtingen, baggerwerken of enige andere winstgevende verrichting van scheepvaart uitvoert, of dat ertoe bestemd is;
  4° "pleziervaartuig": elk vaartuig dat, al dan niet gebruikt voor winstgevende verrichtingen, in welke vorm ook, op zee aan pleziervaart doet of ervoor bestemd is, met uitzondering van de vaartuigen bedoeld in 3° van § 1 van artikel 3 en in § 2 van hetzelfde artikel evenals de passagierschepen zoals door de Koning omschreven;
  5° "Belgische zeewateren": de territoriale zee, de havens van de kust, de Beneden-Zeeschelde zoals de grenzen ervan door de Koning zijn vastgesteld, de haven van Gent, het Belgisch gedeelte van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de daaraan gelegen havens en de kanalen Zeebrugge-Brugge en Oostende-Brugge.
  HOOFDSTUK 2. _ Veiligheidsvoorwaarden.
  Art. 2. ,§ 1. Geen Belgisch of vreemd schip mag van uit een Belgische haven zee kiezen of in de Belgische zeewateren varen en geen schip mag in het buitenland onder Belgische vlag zee kiezen als het niet in staat van veiligheid is.
  § 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, mag geen schip onder Belgische vlag varen indien het niet voorzien is van een in artikel 5 of 6 bedoeld geldig certificaat en van de in artikel 9, 1°, bedoelde geldige certificaten.
  Art. 3. § 1. Onder een bijzondere regeling vallen:
  1° Belgische schepen die uitsluitend in een beperkt vaargebied langs een kust varen.
  Die schepen moeten voorzien zijn van een certificaat van deugdelijkheid voor beperkte vaart langs de kust, dat alleen voor het daarop vermeld gebied geldig is.
  Het certificaat wordt afgegeven en de geldigheidsduur ervan wordt eventueel verlengd overeenkomstig artikel 5, § 3, door (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren di daartoe aangesteld zijn). <W 1999-05-03/30, art. 59, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Onverminderd het in artikel 4 bepaalde, stelt de Koning de voorwaarden vast waaronder (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn) de grenzen van een beperkt vaargebied (bepalen). <W 1999-05-03/30, art. 59, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  2° Vaartuigen, met uitsluiting van pleziervaartuigen, die een bijzondere reis ondernemen.
  Die vaartuigen moeten voorzien zijn van een toelating tot afvaart die wordt afgegeven voor de duur en onder de voorwaarden bepaald door (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn) en, in het buitenland, door een Belgisch consulair ambtenaar. <W 1999-05-03/30, art. 59, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  De toelating tot afvaart wordt alleen afgegeven als de bijzondere reis geen gevaar oplevert voor de veiligheid van opvarenden.
  In het buitenland wordt de toelating tot afvaart alleen verleend op gunstig verslag van drie door de Belgische consulaire ambtenaar aangewezen deskundigen van erkende classificatiemaatschappijen. Een afschrift van de toelating en van het verslag wordt onverwijld bezorgd aan (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn). <W 1999-05-03/30, art. 59, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  De vaartuigen welke de toelating tot afvaart aan boord hebben, behoeven niet voorzien te zijn van een certificaat van deugdelijkheid.
  3° Vaartuigen die gewoonlijk in de Belgische zeewateren, met uitsluiting van de Belgische territoriale zee, meer dan zes personen tegen betaling vervoeren of bestemd zijn om dit te doen.
  De Koning bepaalt in hoeverre de bepalingen van deze wet erop toepasselijk zijn en welke voorwaarden zij moeten vervullen om in staat van veiligheid te zijn.
  4° De pleziervaartuigen. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de pleziervaartuigen moeten voldoen om in staat van veiligheid te zijn en de daaraan verbonden maatregelen van toezicht en controle.
  § 2. Deze wet is niet van toepassing op vaartuigen voor strandvermaak, tenzij deze een bemanning hebben en winstgevende verrichtingen doen.
  § 3. De Koning kan deze wet geheel of gedeeltelijk toepasselijk verklaren op vaartuigen of tuigen die niet onder de toepassing vallen van artikel 3, § 1, 3° en 4°, en § 2.
  Art. 4. De Koning bepaalt:
  1° met inachtneming van de dienst en de vaart waartoe het schip is bestemd, de voorwaarden waaraan het schip moet voldoen om in staat van veiligheid te zijn, inzonderheid de voorschriften betreffende:
  a) de bouw en het onderhoud van de romp;
  b) de reddingstoestellen;
  c) zeil en treil, de uitrustingsvoorwerpen, met inbegrip van de middelen tegen brand en de wisselstukken;
  d) de zeevaartinstrumenten, de seintoestellen, de radiotelegrafie en -telefonie;
  e) de stoomketels, de voorstuwingsmachines, de mechanische en de elektrische toestellen;
  f) de lichamelijke geschiktheid, de brevetten, vergunningen en andere soortgelijke attesten, welke kunnen vereist worden van de kapitein en van de bemanning, alsmede het aantal bemanningsleden;
  g) het aantal passagiers per reeks, die mogen vervoerd worden;
  h) de bewoonbaarheid van de inrichtingen, de hygiëne en de gezondheidsvoorwaarden;
  i) de diepgangschalen en de vrijboordmerken;
  j) de stabiliteit, het stuwen en het ballasten;
  k) het laad- en losgerei;
  2° de voorwaarden waaronder (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn), in bijzondere gevallen, vrijstelling kunnen verlenen van de toepassing van een of meer bepalingen van de ter uitvoering van de wet genomen besluiten; <W 1999-05-03/30, art. 60, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  3° de mate waarin de in artikel 3, § 1° en 3°, bedoelde schepen en vaartuigen moeten voldoen aan de krachtens 1° van dit artikel genomen voorschriften, alsook de bevoegdheden welke (de met de sheepvaartcontrole belaste ambtenaren) ter zake hebben; <W 1999-05-03/30, art. 60, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  4° de verplichtingen van de kapiteins en andere opvarenden alsook van de eigenaars in verband met de veiligheid van schepen.
  (Voor de schepen die door de Regie voor maritiem transport worden gebruikt, kan de Minister tot wiens bevoegdheid het Bestuur van het zeewezen en van de Binnenvaart behoort, afwijken van het eerste lid, 1°, f, wat betreft het getal en de kwalificatie van de bemanningsleden, voor zover zulks overeen te brengen is met de veiligheid van het schip en van de opvarenden.) <KB 31-12-1983, art. 2>
  HOOFDSTUK 3. _ Het certificaat van deugdelijkheid en andere certificaten.
  Art. 5. § 1. Het certificaat van deugdelijkheid wordt afgegeven door (de met de sheepvaartcontrole belaste dienst) en, in de gevallen bedoeld in de artikelen 6 en 7, door een Belgisch consulair ambtenaar. <W 1999-05-03/30, art. 61, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Het certificaat stelt vast, tot het tegenbewijs is geleverd, dat het schip in al zijn delen beantwoordt aan de voorschriften van de wet en van de besluiten genomen ter uitvoering ervan.
  § 2. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder het certificaat van deugdelijkheid wordt aangevraagd en afgegeven, alsook de inhoud en de geldigheidsduur ervan.
  § 3. De geldigheid van het certificaat van deugdelijkheid mag, hetzij door (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn), hetzij door een Belgisch consulair ambtenaar, eenmaal voor ten hoogste een maand verlengd worden. Deze verlenging mag niet hernieuwd worden. <W 1999-05-03/30, art. 61, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Van de verlenging wordt door de bevoegde ambtenaar melding gemaakt op het certificaat.
  § 4. Het certificaat van deugdelijkheid verliest automatisch zijn geldigheid indien een of meer overeenkomstig artikel 9 vereiste internationale certificaten, om welke reden ook, niet meer geldig is of zijn.
  Art. 6. § 1. Wanneer het schip in het buitenland onder Belgische vlag wordt gebracht en (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst) niet kan zorgen voor een certificaat van deugdelijkheid, moet het schip voorzien zijn van een voorlopig certificaat van deugdelijkheid. <W 1999-05-03/30, art. 62, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Dit certificaat wordt door de Belgische consulaire ambtenaar afgegeven op verzoek van (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst) en op gunstig verslag van drie door hem aan te wijzen deskundigen van de erkende classificatiemaatschappijen. <W 1999-05-03/30, art. 62, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Echter kan dit voorlopig, certificaat afgegeven worden zonder de tussenkomst van deskundigen, indien de kapitein of een andere vertegenwoordiger van de eigenaar geldige vreemde nationale of internationale certificaten overlegt waaruit blijkt dat voldaan is aan alle punten welke door het certificaat van deugdelijkheid zijn gedekt.
  § 2. Wanneer een Belgisch schip zich in het buitenland bevindt en zijn certificaat van deugdelijkheid vóór de vervaldatum, welke in voorkomend geval overeenkomstig artikel 5, § 3, is uitgesteld, niet kan vernieuwd worden, moet het voorzien worden van een voorlopig certificaat van deugdelijkheid dat door een Belgisch consulaire deskundige van een erkende classificatiemaatschappij.
  § 3. Een afschrift van het voorlopig certificaat van deugdelijkheid en van de verslagen van deskundigen of van de nationale of internationale certificaten, op vertoon waarvan het certificaat is afgegeven, wordt onverwijld (gezonden aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn. Deze ambtenaren kunnen) kan nagaan of aan de voorwaarden gesteld voor het afgeven van het certificaat voldaan is. <W 1999-05-03/30, art. 62, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  § 4. De geldigheid van het voorlopig certificaat van deugdelijkheid verstrijkt in ieder geval bij aankomst van het schip in België of, voor de schepen bedoeld in artikel 7, bij aankomst van het schip in de haven welke het meestal aandoet, indien het daar aankomt voordat het een Belgische haven bereikt.
  Art. 7. § 1. Het certificaat van deugdelijkheid van een Belgisch schip dat nooit of alleen bij uitzondering een Belgische haven aandoet, kan afgegeven worden overeenkomstig het bepaalde bij artikel 6, § 1, tweede lid, door de bevoegde ambtenaar van de Belgische consulaire post, in het ressort waarvan de haven ligt welke het schip meestal aandoet.
  Indien het schip zich niet in voormelde haven bevindt en het in de onmogelijkheid verkeert zijn certificaat van deugdelijkheid binnen de voorgeschreven termijn te vernieuwen, is artikel 6, 2, toepasselijk.
  § 2. Indien een Belgisch schip dat nooit of alleen bij uitzondering een Belgische haven aandoet, niet kan voldoen aan de voorwaarden bepaald bij § 1, wordt de procedure voor het bekomen van het certificaat van deugdelijkheid (geregeld door de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn). <W 1999-05-03/30, art. 63, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  § 3. Artikel 6, § 3, is van toepassing bij de afgifte van in dit artikel bedoelde certificaten.
  Art. 8. § 1. Wanneer een Belgisch schip zware schade heeft opgelopen of zijn bouw aanzienlijke veranderingen heeft ondergaan, is het certificaat van deugdelijkheid van rechtswege geschorst en kan het niet opnieuw geldig gemaakt worden dan, naar gelang van het geval, door (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn) of door een Belgisch consulaire ambtenaar, deze laatste handelend overeenkomstig het bepaalde bij artikel 6, § 1, tweede lid. <W 1999-05-03/30, art. 64, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Wanneer in het buitenland ter plaatse geen Belgisch consulair ambtenaar aanwezig is, wijst de kapitein of een andere vertegenwoordiger van de eigenaar zelf drie deskundigen van de erkende classificatiemaatschappijen aan. De tussenkomst van één deskundige zal echter volstaan indien de kapitein of de andere vertegenwoordiger van de eigenaar kan bewijzen dat hij onmogelijk drie deskundigen heeft kunnen aanwijzen.
  § 2. Buiten de gevallen voorzien in § 1, indien een Belgisch schip schade heeft opgelopen of zich iets voorgedaan heeft waardoor het vermoeden rijst dat schade aan het schip ontstaan is en dit schip daarna een haven aandoet of nog indien schade is ontstaan of het vermoeden daarvan rijst tijdens het verblijf in een haven, mag de reis niet worden voortgezet, voordat de kapitein met (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn) in verbinding is getreden om de schade te rapporteren en hun richtlijnen te ontvangen. (Indien de ambtenaren oordelen) dat de schade niet onmiddellijk behoeft hersteld te worden, (geven ze) aan de kapitein een schriftelijke verklaring af naar luid waarvan de reis zonder bezwaar kan voortgezet worden onder de daarin vastgestelde voorwaarden. <W 1999-05-03/30, art. 64, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  In het buitenland treedt de kapitein in verbinding met een Belgisch consulair ambtenaar of, bij gebreke van deze, met een vertegenwoordiger van een erkende classificatiemaatschappij. Er wordt een schriftelijke verklaring afgegeven, inhoudende dat de herstelling naar behoren is geschied of dat de reis zonder bezwaar kan worden voortgezet onder de daarin vastgestelde voorwaarden.
  Indien in het buitenland de in het voorgaand lid bedoelde personen niet beschikbaar zijn, mag de kapitein onder zijn verantwoordelijkheid de reis voortzetten, onder verplichting de feiten in het scheepsdagboek te vermelden.
  § 3. Afschrift van de verslagen en verklaringen der deskundigen moet onmiddelijk gezonden worden aan (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn). <W 1999-05-03/30, art. 64, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Art. 9. De Koning bepaalt:
  1° de internationale certificaten waarvan elk Belgisch schip moet voorzien zijn naar gelang van de categorie waarin het bij dat besluit is gerangschikt en overeenkomstig de daarin gestelde regels en voorwaarden;
  2° de voorwaarden waaronder internationale certificaten aan vreemde schepen worden afgegeven overeenkomstig de internationale verdragen waarbij België partij is;
  3° de inhoud en de geldigheidsduur van de in 1° en 2° genoemde certificaten.
  Art. 10. § 1. Indien de deskundigen van classificatiemaatschappijen wier tussenkomst krachtens deze wet wordt vereist, niet of niet allen ter plaatse of in een nabijgelegen haven beschikbaar zijn, worden andere geschikte deskundigen naar rata van het ontbrekend aantal aangewezen.
  § 2. Onverminderd het bepaalde bij de artikelen 6, § 1, derde lid, en 8, § 1, laatste volzin, wanneer een Belgisch schip is ingeschreven in een register van een erkende classificatiemaatschappij en er in de hoogste klasse van zijn categorie is ondergebracht, volstaat het één deskundige aan te wijzen in alle gevallen waarin de wet de tussenkomst van drie deskundigen voorziet, met dien verstande dat het bepaalde van § 3 eveneens van toepassing is.
  § 3. Elk schip dat is ingeschreven in een register van een erkende classificatiemaatschappij en dat er in de hoogste klasse van zijn categorie is ondergebracht, is ontslagen van de door (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst) of door de deskundige(n) te verrichten vaststellingen betreffende de punten waarover door die maatschappij toezicht is uitgeoefend. <W 1999-05-03/30, art. 65, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Dezelfde vrijstelling kan worden verleend wanneer certificaten worden afgegeven door een bevoegde vreemde openbare dienst.
  (De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, kunnen) evenwel nazien, of door bemiddeling van een Belgisch consulair ambtenaar en op een door (hen) te bepalen wijze, doen nazien of de voorwaarden gesteld voor het bekomen van het classificatiecertificaat of van andere certificaten, zijn vervuld en, zo nodig, nadere vaststellingen gelasten. <W 1999-05-03/30, art. 65, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  § 4. De Minister tot wiens bevoegdheid het Bestuur van het Zeewezen en van de Binnenvaart behoort, wijst de classificatiemaatschappijen en de bevoegde buitenlandse openbare diensten aan, waarvan de certificaten kunnen worden aanvaard en bepaald onder welke voorwaarden dit zal geschieden.
  HOOFDSTUK 4. _ Het toezicht op de schepen en vaartuigen en de controle op de naleving van de internationale verdragen, van de wet en van de reglementen.
  Art. 11. § 1. (De met de scheepvaartcontrole belaste dienst) oefent toezicht op de schepen die aan de wet onderworpen zijn ten einde de toepassing van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten te verzekeren. <W 1999-05-03/30, art. 66, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Hij ziet toe dat de door België afgesloten internationale verdragen betreffende de beveiliging van mensenlevens op zee en betreffende de uitwatering van schepen, worden nageleefd.
  Het toezicht moet geschieden zonder de handelsexploitatie van de schepen te belemmeren.
  § 2. (De met de scheepvaartcontrole belaste dienst) gaat na of de verplichtingen welke door de wet en uitvoeringsbesluiten aan de kapiteins en andere opvarenden alsook aan de eigenaars zijn opgelegd, worden nageleefd. <W 1999-05-03/30, art. 66, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  § 3. (De met de scheepvaartcontrole belaste dienst) gaat bij de afvaart van een landverhuizersschip na of de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake van de landverhuizing zijn nageleefd en levert in voorkomend geval een certificaat tot afvaart af, dat aan boord van het schip wordt gehouden. <W 1999-05-03/30, art. 66, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  § 4. De Koning bepaalt de bevoegdheden van (...) de Belgische consulaire ambtenaren inzake het nagaan van het aantal bemanningsleden aan boord van schepen en het bezit van certificaten van lichamelijke geschiktheid, brevetten, vergunningen en andere soortgelijke getuigschriften (...). <W 1999-05-03/30, art. 66, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Deze bevoegdheden worden uitgeoefend onverminderd de bevoegdheden die aan de ambtenaren van (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst) krachtens deze wet en haar uitvoeringsbesluiten zijn toegekend. <W 1999-05-03/30, art. 66, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Art. 12. § 1. In het buitenland wordt het in artikel 11 omschreven toezicht op een schip onder Belgische vlag door de Belgische consulaire ambtenaar uitgeoefend:
  1° telkens wanneer de Belgische consulaire ambtenaar daartoe bijzonder aangezocht wordt door (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst); <W 1999-05-03/30, art. 67, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  2° indien de Belgische consulaire ambtenaar overeenkomstig artikel 14, § 2, 3°, de afvaart van het schip verbiedt.
  § 2. Ten einde dit toezicht uit te oefenen, wijst de consulaire ambtenaar drie deskundigen van de erkende classificatiemaatschappijen aan.
  § 3. Afschrift van de verslagen van de bedoelde deskundigen wordt onverwijld (gezonden aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn). <W 1999-05-03/30, art. 67, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Art. 13. § 1. De ambtenaren van (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst), de Belgische consulaire ambtenaren en door hen aangewezen deskundigen hebben het recht te allen tijde aan boord te gaan van de schepen en andere vaartuigen welke aan de wet en/of de ter uitvoering van deze wet genomen besluiten onderworpen zijn, ten einde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren. <W 1999-05-03/30, art. 68, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Zij hebben eveneens het recht te eisen dat hun alle scheepspapieren en overtuigingsstukken worden voorgelegd.
  Zij kunnen te allen tijde de door hen voor de toepassing van deze wet en/of van de uitvoeringsbesluiten nodig geachte richtlijnen geven, onder meer het op het droge zetten of het ledig vertonen van het schip of vaartuig en het uitvoeren van bepaalde werken.
  § 2. Iedere kapitein of eigenaar is verplicht de in § 1 bedoelde ambtenaren en deskundigen de inlichtingen en de hulp te verstrekken welke zij voor de vervulling van hun opdracht nodig achten.
  Art. 14. § 1. (De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, hebben) het recht het schip te doen ophouden, dat niet aan de wettelijke en reglementaire voorwaarden voldoet. <W 1999-05-03/30, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Indien deze wettelijke en reglementaire voorwaarden wel vervuld zijn, doch ernstige vermoedens niettemin doen aannemen dat het schip niet kan varen zonder de veiligheid van passagiers of van bemanning in gevaar te brengen, (mogen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn,) het schip eveneens doen ophouden. Ten aanzien van een Belgisch schip of vissersvaartuig voorzien van een zeebrief, wordt van dat recht alleen gebruik gemaakt nadat de voorzitter van de onderzoeksraad voor de zeevaart daartoe machtiging heeft verleend. <W 1999-05-03/30, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  (De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, hebben) eveneens het recht elk vaartuig, dat geen schip is, te doen ophouden, indien er ernstige vermoedens bestaan dat de veiligheid ervan of die van zijn bemanning of passagiers in gevaar is. <W 1999-05-03/30, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Behoudens in dringende gevallen (oefenen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn,) het in deze paragraaf bedoeld recht ten aanzien van vreemde schepen of vaartuigen eerst uit nadat de consul van het land waarvan het schip of vaartuig de vlag voert, is ingelicht over de te nemen maatregelen en de redenen welke daartoe aanleiding hebben gegeven. <W 1999-05-03/30, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  In dringende gevallen geschiedt deze mededeling onmiddellijk nadat de maatregelen zijn genomen.
  Het schip of vaartuig wordt vrijgelaten zodra de gestelde voorwaarden ten genoege van (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn,) zijn vervuld. <W 1999-05-03/30, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Van de ter zake genomen beslissingen wordt kennis gegeven aan (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, die het schip of vaartuig ophouden of vrijlaten). <W 1999-05-03/30, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  § 2. In het buitenland heeft de Belgische consulaire ambtenaar het recht de afvaart van een schip of vaartuig onder Belgische vlag te verbieden:
  1° indien het niet voorzien is van de vereiste geldige certificaten of geen "Toelating tot afvaart" heeft gekregen, of indien, in de gevallen voorzien bij artikel 8, § 2, en onverminderd het bepaalde van het laatste lid van die paragraaf, de kapitein de daarin voorziene verklaring niet heeft verkregen;
  2° indien, in het geval voorzien bij artikel 12, § 1, 1°, het toezicht heeft uitgemaakt dat het niet aan de wettelijke of reglementair gestelde voorwaarden voldoet;
  3° indien vermoedens bestaan dat door niet-inachtneming van de in artikel 4, 1°, bedoelde voorwaarden, de veiligheid van de bemanning of van de passagiers in gevaar is gebracht.
  Het verbod tot afvaart wordt ingetrokken indien ten genoege van de Belgische consulaire ambtenaar aan de wettelijk of reglementair gestelde voorwaarden is voldaan.
  Art. 15. Geen monsterrol mag door de Belgische consulaire ambtenaar worden geviseerd indien bij dit document geen geldig certificaat van deugdelijkheid is gevoegd.
  Art. 16. Indien de bemanning oordeelt dat het schip of vaartuig niet alle nodige waarborgen van veiligheid oplevert, mag zij te allen tijde een met redenen omkleed verzoekschrift aan (de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn) of de Belgische consulaire ambtenaar richten. <W 1999-05-03/30, art. 70, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Deze overheden moeten de bemanning horen alvorens de maatregelen welke de omstandigheden vereisen te treffen.
  Art. 17. Indien een of ander certificaat of een toelating tot afvaart wordt geweigerd of een schip of vaartuig op grond van artikel 14 wordt opgehouden, maakt (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst) of, in voorkomend geval, de Belgische consulaire ambtenaar, een gemotiveerd proces-verbaal op, waarvan een afschrift binnen vierentwintig uren na de beslissing wordt toegezonden aan de persoon wie de beslissing kan aangaan. <W 1999-05-03/30, art. 71, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  HOOFDSTUK 5. _ Het beroep.
  Art. 18. Binnen veertien dagen na de datum van verzending van de bij artikel 17 voorziene verwittiging, kan beroep ingesteld worden tegen de beslissing van de bevoegde overheid.
  Het beroep wordt ingesteld door de aanvrager of de houder van het certificaat en, in geval van retentie of bij verbod van afvaart van het schip of vaartuig, door de kapitein of eigenaar ervan.
  Het beroep wordt bij de Onderzoeksraad voor de Zeevaart ingesteld bij een aan de voorzitter gericht verzoekschrift waarin de middelen worden uiteengezet.
  Het beroep heeft geen opschortende kracht.
  HOOFDSTUK 6. _ Strafbepalingen.
  Art. 19. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met een geldboete van 500 tot 5 000 frank wordt gestraft, de kapitein of de eigenaar die, zelfs buiten België, een schip, vaartuig of tuig doet zee kiezen of in de Belgische zeewateren een schip, vaartuig of tuig doet varen, als de toestand van het schip, vaartuig of tuig de veiligheid van de bemanning en/of passagiers in gevaar brengt.
  Art. 20. Met de in artikel 19 gestelde straffen of met één van die straffen alleen wordt gestraft, de kapitein of de eigenaar die, zelfs buiten België, een Belgisch schip zonder geldig certificaat van deugdelijkheid doet varen, een vaartuig zonder toelating tot afvaart zee doet kiezen of een schip of een ander vaartuig in weerwil van een door de bevoegde overheid opgelegd verbod of uitgeoefend retentierecht doet varen.
  De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing indien een landverhuizersschip zonder certificaat tot afvaart zee kiest.
  Art. 21. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 19 en 20, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maand en met geldboete van 26 tot 300 frank of met één van die straffen alleen, ieder die de bepalingen van deze wet alsook de bepalingen van de ter uitvoering van deze wet genomen besluiten heeft overtreden.
  Art. 22. Met de in artikel 21 gestelde straffen wordt gestraft, ieder die de opdracht van de bevoegde overheid en deskundigen, krachtens deze wet en haar uitvoeringsbesluiten uitgeoefend, heeft belemmerd.
  Art. 23. De in de artikelen 21 en 22 gestelde sancties zijn ook van toepassing wanneer de strafbare feiten door de kapitein, de officieren of door personen van Belgische nationaliteit buiten België zijn gepleegd.
  Art. 24. De in deze wet gestelde straffen kunnen ten aanzien van de kapitein verminderd worden tot één vierde van de straffen waarmee de eigenaar kan gestraft worden, indien bewezen is dat de kapitein van de eigenaar schriftelijk of mondeling bevel heeft gekregen in strijd met de wet of haar uitvoeringsbesluiten te handelen.
  Art. 25. Met gevangenisstraf van één tot zeven dagen en met geldboete van 1 tot 25 frank wordt gestraft elk lid van de bemanning dat de retraite of het verbod tot afvaart van een schip of ander vaartuig heeft uitgelokt door onjuist bevonden beweringen.
  Indien de onjuiste beweringen willens en wetens zijn geuit, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maand en met geldboete van 26 tot 100 frank.
  Art. 26. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de misdrijven bepaald in dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 28.
  Art. 27. Onverminderd de bevoegdheid (...) officieren van gerechtelijke politie zijn de ambtenaren van (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst) alsmede de Belgische consulaire ambtenaren in het buitenland gelast de overtredingen van de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen. <W 1999-05-03/30, art. 72, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Zij maken daartoe een proces-verbaal op, dat bewijskracht heeft tot het tegenbewijs is geleverd.
  Art. 28. Met de straffen gesteld in de artikelen 276, 280 en 281 van het Strafwetboek naar het aldaar voorziene onderscheid en onverminderd de toepassing van de artikelen 399, 400 en 401 van hetzelfde Wetboek, wordt gestraft ieder die de ambtenaren van (de met de scheepvaartcontrole belaste dienst) in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van hun ambt smaadt of slaat. <W 1999-05-03/30, art. 73, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Gezegde ambtenaren hebben het recht de bij dit artikel bedoelde strafbare handelingen op staande voet vast te stellen door middel van een proces-verbaal dat bewijskracht heeft tot het tegenbewijs is geleverd.
  HOOFDSTUK 7. _ Bijzondere bepalingen voor schepen onder vreemde vlag.
  Art. 29. Ingeval een schip de vlag van een Staat voert die geen partij is bij het Internationaal Verdrag op de beveiliging van mensenlevens op zee of bij het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, wordt de wet van het land waarvan het schip de vlag voert, tot regel genomen, op voorwaarde dat die wet aan Belgische schepen een gelijke behandeling toestaat en dat zij bij koninklijk besluit als gelijkwaardig met de Belgische wet wordt erkend.
  HOOFDSTUK 8. _ Retributies.
  Art. 30. De Koning bepaalt de retributies die kunnen geheven worden wegens de schouwing van een schip, vaartuig of tuig, de afgifte van enig certificaat of van een toelating tot afvaart, alsmede elke andere handeling, verricht door de bevoegde overheid in het raam van de functies haar door deze wet of uitvoeringsbesluiten opgelegd.
  HOOFDSTUK 9. _ Eindbepalingen.
  Art. 31. (De met de scheepvaartcontrole belaste dienst) wordt ingericht bij koninklijk besluit. <Zie KB 1973-07-20/30, B.St. 22-11-1973> <W 1999-05-03/30, art. 73, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Art. 32. De Koning neemt de noodzakelijke overgangsmaatregelen.
  Art. 33. <Wijzigingsbepaling>
  Art. 34. <Wijzigingsbepaling>
  Art. 35. De wet van 25 augustus 1920 op de veiligheid der schepen, gewijzigd bij de artikelen 9 en 10 van de wet van 30 juli 1926 wordt opgeheven.
Wijziging(en)
---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
BEELD :
  • WET VAN 03-05-1999 GEPUBL. OP 29-05-1999
  • (GEWIJZIGDE ART. : 3;4;5;6;7;8;10;11;12;13;14)
    (GEWIJZIGDE ART. : 16;17;27;28;31)
  • KONINKLIJK BESLUIT 241 VAN 31-12-1983 GEPUBL. OP 13-01-1984
  • Parlementaire werkzaamheden
       Zitting 1970-1971. KAMER. Parl. besch. _ Wetsontwerp, nr 998-1. _ Verslag, nr 998-2. _ Amendementen, nr 998-3. Parl. Hand. _ Bespreking. Vergaderingen van 6 en 8-7-1971. _ Aanneming. Vergadering van 8-7-1971. SENAAT. Parl. besch. _ Wetsontwerp, nr 639. Zitting 1971-1972. SENAAT. Parl. besch. _ Verslag, nr 247. _ Amendement, nr 256. _ Aanvullend verslag, nr 317. Parl. Hand. _ Bespreking. Vergaderingen van 16-3, 3 en 4-5-1972. _ Aanneming. Vergadering van 4-5-1972. KAMER. Parl. besch. _ Lijst, nr 221-1. _ Wetsontwerp, nr 221-2. Parl. Hand. _ Bespreking en aanneming. Vergadering van 1-6-1972.