binnenvaartwetten  
Titel
7 JUNI 1993. Paritair Comité voor de binnenscheepvaart. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 1993. - Vaststelling van de lonen, vergoedingen en arbeidsvoorwaarden van het varend personeel en tot koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. (Overeenkomst geregistreerd op 28 juli 1993 onder het nummer 33262/CO/139).

Bron :
TEWERKSTELLING EN ARBEID
Publicatie : 10-04-1996
Inwerkingtreding : 01-04-1993
Dossiernummer : 1993-06-07/41
Inhoudstafel
Toepassingsgebied:
Art. 1
Arbeidsduur:
Art. 2-3
Overwerk:
Art. 4
Betaling van overwerk :
Art. 5
Nachtrust:
Art. 6-7
Nachtrustverkorting:
Art. 8
Zondagsrust:
Art. 9
Betaling van werk op zondag :
Art. 10
Lonen:
Art. 11
Loon van de scheepsjongen :
Art. 12
Omzetting en berekening van het maandloon :
Art. 13-14
Onderbemand vaartuig :
Art. 15
Loon van het ontbrekend bemanningslid:
Art. 16
Laden en lossen :
Art. 17
Laden en lossen van schepen op de rede te Antwerpen:
Art. 18-19
Vrije dagen :
Art. 20
Eindejaarspremie :
Art. 21
Radarticket :
Art. 22
Reservepersoneel :
Art. 23-26
Verplaatsings- en verblijfkosten :
Art. 27
Vuile, ongezonde en hinderlijke lading :
Art. 28-29
Rijnvaart. - Vuile, ongezonde en hinderlijke ladingen :
Art. 30
Tankvaart :
Art. 31-33
Indexkoppeling :
Art. 34-37
Tekst
Toepassingsgebied :
  Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen welke onder het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart ressorteren, met uitzondering van de ondernemingen welke zich bezighouden met het slepen, duwen of voorttrekken van zeeschepen op de binnenwateren.
  Arbeidsduur :
  Art. 2. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart 1971 en de krachtens of in uitvoering van deze wet genomen koninklijke besluiten, wordt de arbeidsduur bepaald op acht uur per dag, van maandag tot en met vrijdag.
  Art. 3. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet vangt de arbeidstijd, zowel tijdens als buiten de vaart, ten vroegste aan om 6 uur en ten laatste om 8 uur.
  Overwerk :
  Art. 4. Alle prestaties verricht tijdens de vaart, na 16 uur of uiterlijk na 18 uur en buiten de vaart na 14 uur of uiterlijk om 16 uur, naargelang de arbeidstijd aanvangt ten vroegste om 6 uur of uiterlijk om 8 uur, worden beschouwd als overwerk.
  Betaling van overwerk :
  Art. 5. Wanneer voor de behoeften van de werkgeverscheepsexploitant of van de reder, de arbeidsduur wordt overschreden, worden overlonen betaald welke per uur arbeidsprestaties minstens gelijk zijn aan 1/173,33 van het maandloon, verhoogd met 50 pct.
  Nachtrust :
  Art. 6. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet en de krachtens of in uitvoering van deze wet genomen koninklijke besluiten in verband met de jeugdige werknemers, heeft de bemanning tijdens de vaart recht op een nachtrust welke niet korter mag zijn dan :
  a) 12 uren gedurende de maanden november, december, januari en februari;
  b) 10 uren gedurende de maanden maart, april, mei, juni, juli, augustus, september en oktober.
  De nachtrust moet gelegen zijn tussen 18 en 8 uur.
  Art. 7. Bij afwijking van artikel 6 kan de nachtrust worden verkort :
  a) met ten hoogste twee uren, wanneer aan bederf onderhevige goederen worden vervoerd;
  b) ter voorkoming van bederf van goederen, doch slechts wanneer deze goederen worden vervoerd aan boord van schepen welke afzonderlijk worden gesleept of aan boord van motorschepen;
  c) in geval van ongeval of hulpverlening, overstroming, storm of plotseling ijsgevaar;
  d) op de dag van aankomst in de haven van eindbestemming, op voorwaarde dat de arbeidsduur van de bemanning aan boord op die dag niet wordt verlengd, tot na 22 uur;
  e) in geval tijdens de reis blijkt dat de aansluiting met een zeeschip zou kunnen worden gemist.
  In de Rijn- en tankvaart kan de nachtrust bovendien nog worden verkort :
  a) met de tijd voor het schutten, of met ten hoogste twee uren voor het binnenvaren of aankomen in Belgische of Zeeuwse tijhavens alsmede in de haven van Dordrecht, komende van Belgič of Zeeland;
  b) tijdens de reis boven Koblenz, in geval van onvoorziene en snelle val van het water en voor ten hoogste één nacht ten einde het lichten te vermijden.
  Nachtrustverkorting :
  Art. 8. Wanneer de nachtrust wordt verkort, wordt elk uur arbeidsprestatie minstens vergoed met 1/173,33 van het maandloon vermeerderd met 50 pct. en dit onafhankelijk van het feit of de nachtarbeid al dan niet wordt gecompenseerd.
  Zondagsrust :
  Art. 9. De zondagen en de in Belgič voorziene feestdagen zijn rustdagen voor de werklieden en de werksters bedoeld in artikel 1 ongeacht de plaats waar de vaartuigen zich bevinden.
  Betaling van werk op zondag :
  Art. 10. Onverminderd de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart 1971, alsmede de uitvoeringsbesluiten ervan, heeft het varend personeel voor werk op zondag recht op betaling van 8/173,33 van het maandloon, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties, te verhogen met :
  a) voor arbeidsprestaties van maximum acht uren en minder :
  - 1/173,33 van het maandloon per uur arbeidsprestatie;
  b) voor arbeidsprestaties van meer dan acht uren, dus vanaf het negende uur :
  - het dubbel van hetgeen is voorzien onder a).
  Lonen :
  Art. 11. De minimum maandlonen van het varend personeel dat is tewerkgesteld aan boord van de binnenschepen voor vrachtvervoer met of zonder mechanische voortbewegingsmiddelen worden als volgt vastgesteld :

                  I. Schippers
  -------------------------------------------------------------------
                                 Binnen- en Rijnvaart       Tankvaart
                                               F                 F
  -------------------------------------------------------------------
   Schepen tot 750 ton                    54 000            55 800
   Schepen vanaf 750 tot 1 500 ton        61 100            64 100
   Schepen vanaf 1 500 tot 2 250 ton      62 500            65 000
   Schepen vanaf 2 250 ton en meer        64 000            67 000
  -------------------------------------------------------------------
       
  II. Stuurlieden in binnen-, Rijn- en tankvaart voor sleep- en motorschepen
  --------------------------------------------------------------------------
              met patent            zonder patent
              48 800 F                47 300 F
  --------------------------------------------------------------------------
       
                  III. Matrozen
  --------------------------------------------------------------------------
               Minder dan twee jaar         Vanaf twee jaar dienst
               dienst in het beroep         in het beroep
                              F                     F
   Matrozen                43 300                44 400
   Matroos-motordrijver    44 200                45 300
  --------------------------------------------------------------------------
       
   IV. Scheepsjongens van :
   17 jaar en ouder:                38 900 F
   na een jaar dienst:              40 800 F
   16 jaar:                         34 800 F
   na een jaar dienst:              36 400 F
   15 jaar:                         30 700 F
   V. Sleepbootpersoneel:
   Kapitein:                        56 600 F
   Machinist-stuurman:              56 400 F


  De minimumlonen voor het personeel van de ondernemingen voor het vervoer van personeel van de ondernemingen voor het vervoer van personen inzonderheid de pleziervaart en de veerdiensten, worden als volgt vastgesteld:

   I. Schippers:
   tot en met 100 passagiers :         64 200 F
   van 101 tot en met 250 passagiers:  67 300 F
   vanaf 251 passagiers:               69 700 F
   II. Stuurlieden:
   tot en met 100 passagiers:          48 700 F
   van 101 tot en met 250 passagiers:  51 100 F
   vanaf 251 passagiers:               53 400 F
   III. Matrozen:
   Alle schepen:
   minder dan 2 jaar dienst in het beroep: 44 800 F
   vanaf 2 jaar dienst in het beroep:      46 000 F


  Het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen van de meerderjarige werklieden en werksters in de binnenscheepvaart, die de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, bedraagt vanaf 1 april 1993 41 400 F.
  Loon van de scheepsjongen :
  Art. 12. Het volle matrozenloon is verschuldigd aan de scheepsjongen van zeventien jaar en ouder die minstens twee jaar, rekening houdend met effectieve en/of gelijkgestelde dagen, als lid van de dekbemanning op de binnenwateren heeft gevaren.
  Omzetting en berekening van het maandloon :
  Art. 13. Wanneer ingevolge bijzondere omstandigheden, de minimum maandlonen en -vergoedingen welke zijn vastgesteld in de artikelen 11, 24 en 29 in een dagloon of een dagvergoeding moeten worden omgezet, mag dit bedrag per dag arbeidsprestaties in geen geval lager zijn dan 8/173,33 van het maandloon of de maandvergoeding.
  Bij toepassing van artikel 20 van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op binnenschepen, is elke begonnen dag geheel verschuldigd.
  Art. 14. Voor de berekening van de in de artikelen 11, 24 en 29 vastgestelde minimum maandlonen en -vergoedingen, mogen geen bijlonen, commissielonen, premies of andere gebeurlijke aan het varend personeel toegekende vergoedingen of percenten in aanmerking worden genomen.
  Onderbemand vaartuig :
  Art. 15. Onder onderbemand vaartuig wordt verstaan :
  a) in de binnenvaart, het vaartuig dat niet voldoet aan de vereisten welke worden gesteld door het besluit van de Regent van 6 juli 1948 (artikel 5) en zoals het door latere besluiten is gewijzigd, inzake de minimumbemanning die zich aan boord van binnenschepen moet bevinden en dit voor de scheepsprestaties in Belgič, Nederland en Frankrijk;
  b) in de Rijnvaart, het vaartuig dat inzake bemanning niet voldoet aan de vereisten voorzien in het reglement betreffende het onderzoek van vaartuigen en vlotten die de Rijn bevaren.
  Loon van het ontbrekend bemanningslid :
  Art. 16. Indien, wegens geval van overmacht of vertrek van het binnenschip, zoals voorzien bij artikel 12, derde lid van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomsten wegens dienst op de binnenschepen, het vaartuig toevallig onderbemand dient te varen, worden 2/3 van het loon, en in voorkomend geval 2/3 van het overloon, van de ontbrekende bemanning toegekend aan de aanwezige bemanningsleden.
  Deze 2/3 worden in gelijke delen onder de aanwezige bemanningsleden verdeeld.
  Alleen de dagen waarop wordt geladen, gelost, gevaren of verhaald met het oog op de bevrachting worden weerhouden voor de berekening van deze 2/3.
  Het eerste lid van artikel 13 wordt toegepast voor de berekening van het loon van de ontbrekende bemanning.
  Voor de toepassing van dit artikel, wordt het vaartuig dat minstens 750 ton meet op volle diepgang, beschouwd als binnenschip voor vrachtvervoer.
  Vergoedingen, compensaties, premies
  Laden en lossen :
  Art. 17. Voor de werkzaamheden bij het laden en lossen van binnenschepen in Belgič bekomt het varend personeel de toepassing van het koninklijk besluit van 29 juli 1952 (Belgisch Staatsblad van 7 augustus 1952) tot vaststelling van de vergoedingen en compensaties voor het laden en lossen van binnenschepen uitgevoerd 's nachts, 's zondags of op een wettelijke feestdag of gedurende meer dan acht uur, alsmede alle daaraan aangebrachte wijzigingen.
  Laden en lossen van schepen op de rede te Antwerpen :
  Art. 18. De uitvoeringsmodaliteiten van het ministerieel besluit van 12 september 1955 (Belgisch Staatsblad van 15 oktober 1955) betreffende de vergoeding voor laden of lossen op de rede van Antwerpen, van de binnenscheepvaart, worden als volgt vastgesteld :
  1. Duur van het werkelijk verblijf op de rede te Antwerpen, in aanmerking te nemen voor het betalen van de vergoeding :
  A. Aanvang van het verblijf :
  1° voor schepen welke op de rede moeten laden :
  a) wanneer het uur van aankomst van het schip op de laadplaats op de rede is vastgesteld in het bevrachtingscontract : twaalf uren voor het alzo vastgestelde uur;
  b) wanneer het uur van aankomst van het schip op de laadplaats niet is vastgesteld in het bevrachtingscontract : het uur waarop de bevrachtingsovereenkomst werd getekend.
  2° voor schepen welke op de rede moeten lossen :
  a) voor de schepen welke uit de dokken van Antwerpen komen : twaalf uur voor het uur vastgesteld door de onderrichtingen van de ontvanger van de goederen om zich op de laadplaats te bevinden;
  b) voor de schepen welke langs de Zeeschelde aankomen : twaalf uur voor het uur van aankomst op de rede, vastgesteld door de ontvanger van de goederen.
  B. Einde van het verblijf :
  Het uur van het hoge tij dat volgt op het bečindigen van het laden of het lossen, voor zover de formaliteiten werden vervuld.
  1° Het ogenblik waarop de onderrichtingen verstrekt en/of dat waarop het cognossement ter ondertekening aan de schipper wordt voorgelegd, bepaalt het uur van bečindigen van het laden.
  2° Anderzijds wordt het uur van bečindiging van het lossen bepaald door het ondertekenen van de ontlasting van het cognossement, of bij ontstentenis van zulke ontlasting, dit waarop de verklaring van vrijgave van het geloste schip wordt afgeleverd.
  2. Wijze van tellen van de dagen :
  Voor het berekenen van deze vergoeding, worden de dagen geteld per periode van 24 uren en niet per kalenderdag. Elke begonnen periode van 24 uur telt voor één dag.
  3. Vergoeding :
  De bemanning bekomt de helft van de vastgestelde vergoeding.