binnenvaartwetten  
Titel
7 JUNI 1993. Paritair Comité voor de binnenscheepvaart.

Bron :
TEWERKSTELLING EN ARBEID
Publicatie : 10-04-1996
Inwerkingtreding : 01-04-1993
Dossiernummer : 1993-06-07/40
Inhoudstafel
I. - Toepassingsgebied.
Art. 1-2
II. - Lonen en vergoedingen.
1. Lonen :
Art. 3
2. Premie voor ploegwerk :
Art. 4-5
3. Vergoeding voor schafttijden :
Art. 6
4. Vergoeding voor huisvesting aan wal :
Art. 7
5. Voedselvergoeding :
Art. 8
6. Vergoeding voor het opkuisen van de bakken :
Art. 9
7. Vergoeding bij lossen van verstuivende goederen :
Art. 10
8. Vergoeding voor het kuisen van tanks :
Art. 11
9. Vergoeding van vervoerkosten van de woonplaats naar de plaats van bijeenkomst :
Art. 12
10. Vergoeding van reisuren :
Art. 13
11. Overwerk en werk op zondag :
Art. 14
III. - Koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
Art. 15-16
IV. - Bijzondere bepalingen.
Art. 17
V. - Geldigheidsduur.
Art. 18
Tekst
I. - Toepassingsgebied.
  Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op :
  1° het varend personeel van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart en het vervoer van goederen verrichten door middel van duw- en/of continuvaart;
  2° de werkgevers die het onder 1° bedoelde personeel tewerkstellen.
  Art. 2. 1° Door duwvaart wordt verstaan :
  a) de duwboten en de als duwboten omgebouwde sleepboten welke één of meerdere schepen samengevoegd voortduwen;
  b) de schepen, met of zonder mechanische voortbewegingsmiddelen, welke door de onder a) vermelde duwboten worden voortgeduwd.
  2° Door continuvaart wordt verstaan : de Binnenvaart-, Rijnvaart- of tankschepen, al dan niet met mechanische voortbewegingsmiddelen uitgerust, welke door verschillende ploegen worden bemand.
  II. - Lonen en vergoedingen.
  1. Lonen :
  Art. 3. A. De minimum maandlonen van het in artikel 1, 1°, bedoeld personeel, tewerkgesteld op duwboten van 300 en meer effectieve pk, worden als volgt vastgesteld :

                                              F
    Kapitein                               69 500
    Eerste stuurman                        63 600
    Tweede stuurman                        60 200
    Matroos-motordrijver                   57 700
    Matroos                                55 100
    Bakschipper                            59 600
    Hulpbakschipper van meer dan 18 jaar   56 100
    Hulpbakschipper tot en met 18 jaar en met meer dan
      een jaar dienst                      48 800
    Hulpbakschipper tot en met 18 jaar en met minder dan
      een jaar dienst                      43 900


  B. De minimum maandlonen voor het in artikel 1, 1°, bedoeld personeel, tewerkgesteld op duwboten van minder dan 300 effectieve pk, worden als volgt vastgesteld :

                                              F
  Kapitein                                 63 200
    Eerste stuurman                        57 900
    Tweede stuurman                        54 800
    Matroos-motordrijver                   52 600
    Matroos                                50 300


  2. Premie voor ploegwerk :
  Art. 4. Het ploegwerk geeft recht op de volgende maandelijkse premie :
  A. Op schepen van 300 en meer effectieve pk :

                                              F
    Kapitein                                7 600
    Eerste stuurman                         6 900
    Tweede stuurman                         6 450
    Matroos-motordrijver                    6 100
    Matroos                                 5 750
    Bakschipper                             5 950
    Hulpbakschipper van meer dan 18 jaar    5 550
    Hulpbakschipper tot en met 18 jaar en met meer dan
      een jaar dienst                       4 750
    Hulpbakschipper tot en met 18 jaar en met minder dan
      een jaar dienst                       4 250


  B. Op schepen van minder dan 300 effectieve pk :

       
                                              F
    Kapitein                                6 900
    Eerste stuurman                         6 600
    Tweede stuurman                         5 800
    Matroos-motordrijver                    5 500
    Matroos                                 5 200


  Art. 5. Voor de bakschippers en hulpbakschippers is de vergoeding voor ploegwerk niet verschuldigd, indien zij het werk steeds op hetzelfde uur aanvangen.
  3. Vergoeding voor schafttijden :
  Art. 6. Voor de aan boord doorgebrachte schaft-tijden wordt, behalve aan de bakschippers en hulpbakschippers, volgende maandelijkse vergoeding toegekend :
  A. Op schepen van 300 en meer effectieve pk :

                                              F
    Kapitein                                2 800
    Eerste stuurman                         2 580
    Tweede stuurman                         2 440
    Matroos-motordrijver                    2 310
    Matroos                                 2 170


  B. Op schepen van minder dan 300 effectieve pk :

                                              F
    Kapitein                                2 550
    Eerste stuurman                         2 330
    Tweede stuurman                         2 210
    Matroos-motordrijver                    2 100
    Matroos                                 2 000


  4. Vergoeding voor huisvesting aan wal :
  Art. 7. Het in artikel 1, 1°, bedoeld personeel, behalve de bakschippers en hulpbakschippers, heeft recht op volgende maandelijkse vergoeding voor huisvesting aan wal :

                                              F
    Gehuwden                                4 900
    Ongehuwden                              3 600


  5. Voedselvergoeding :
  Art. 8. Indien de werkgever het voedsel niet gratis verstrekt, worden onderstaande voedselvergoedingen uitgekeerd :
  a) kapitein, eerste stuurman, tweede stuurman, matroos-motordrijver, matroos : 395 F per dag aanwezigheid aan boord;
  b) bakschippers en hulpbakschippers : 200 F vanaf de aanvang van het vierde overuur dat op de dagtaak aansluit.
  6. Vergoeding voor het opkuisen van de bakken :
  Art. 9. Voor het opkuisen van de bakken wordt aan het personeel dat hiervoor wordt ingezet een extravergoeding van 4 F per man en per uur betaald.
  7. Vergoeding bij lossen van verstuivende goederen :
  Art. 10. Aan de bemanningsleden betrokken bij het lossen van bakken waarin zich verstuivende goederen bevinden, wordt een toeslag van 110 F per "shift" betaald.
  8. Vergoeding voor het kuisen van tanks :
  Art. 11. Aan de bemanningsleden die voor het kuisen van de tanks worden ingezet, wordt een vergoeding van 450 F per man en per tank betaald.
  Wanneer een bak meerdere tanks bevat, is deze vergoeding voor iedere tank verschuldigd.
  9. Vergoeding van vervoerkosten van de woonplaats naar de plaats van bijeenkomst :
  Art. 12. Voor de verplaatsing van hun woning naar de plaats van bijeenkomst, heeft het in artikel 1, 1°, bedoelde personeel, behalve de bakschippers en hulpbakschippers, recht op een bedrag gelijk aan 54 pct. van de kosten van het openbaar vervoer.
  10. Vergoeding van reisuren :
  Art. 13. De reisuren vanaf de plaats van bijeenkomst tot aan het schip, worden tegen het uurloon vergoed.
  11. Overwerk en werk op zondag :
  Art. 14. Het uurloon voor eventueel overwerk wordt berekend op basis van het maandloon, verhoogd met de maandelijkse premie voor ploegwerk en wordt op 1/173,33 van het hierboven bedoelde bedrag vastgesteld.
  Het loon voor eventueel werk op zondag wordt berekend op basis van het maandloon, verhoogd met de maandelijkse premie voor ploegwerk en wel als volgt :
  1° voor arbeidsprestaties van maximum acht uren en minder :
  8/173,33 van het hierboven bedoeld bedrag, ongeacht de duur van de prestaties en verhoogd, per uur arbeidsprestaties, met 1/173,33 van het hierboven bedoeld bedrag;
  2° voor arbeidsprestaties van meer dan acht uren :
  voor de eerste acht uren, het loon voorzien in 1° en vanaf het negende uur, het dubbel van hetgeen is voorzien in artikel 14, 1ste lid.
  III. - Koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  Art. 15. De lonen, premies en vergoedingen, respectievelijk vastgesteld bij de artikelen 3, 4, 6, 7 en 8, worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  Zij staan tegenover het indexcijfer 113,66.
  Deze lonen, premies en vergoedingen worden verhoogd of verlaagd in functie van het indexcijfer van de consumptieprijzen, op de wijze voorzien in artikel 34 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, tot vaststelling van de lonen, vergoeding en arbeidsvoorwaarden van het varend personeel en tot koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, met dien verstande dat de vergoedingen steeds worden afgerond op één frank, van 1 tot 49 centiemen vallen weg, van 50 tot 99 centiemen worden afgerond tot op de hogere frank.
  Art. 16. Voor zover in deze collectieve arbeidsovereenkomst geen afwijkende bepalingen voorkomen, zijn de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, tot vaststelling van de lonen, vergoedingen en arbeidsvoorwaarden van het varend personeel en tot koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, eveneens van toepassing op de in artikel 1 bedoelde werkgevers en hun personeel.
  IV. - Bijzondere bepalingen.
  Art. 17. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 23 oktober 1989, gesloten in het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de duw- en continuvaart, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 20 juni 1990.
  V. - Geldigheidsduur.
  Art. 18. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 april 1993 en is gesloten voor onbepaalde tijd.
  Zij kan worden opgezegd hetzij door de groep van de werkgeversvertegenwoordigers hetzij door de groep van de werknemersvertegenwoordigers welke deel uitmaken van het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, mits een opzeggingstermijn van zes maanden wordt in acht genomen te rekenen van de eerste van de maand die volgt op deze waarin de opzegging werd gedaan.
  De opzegging geschiedt door een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart en aan de in dit comité vertegenwoordigde organisaties.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 januari 1996.
  (Voor het KB, zie %%1996-01-22/44%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET