binnenvaartwetten  
Titel
9 FEBRUARI 1996. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust.

Bron :
VERKEERSWEZEN
Publicatie : 23-03-1996
Inwerkingtreding : 13-09-1995
Dossiernummer : 1996-02-09/38
Inhoudstafel
Art. 1-7
BIJLAGEN.
Art. N1, N2
Tekst
Artikel 1. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust wordt aangevuld met de volgende leden :
  "11° exploitanten : reders, charteraars, beheerders of agenten van een schip, daaronder mede begrepen de kapitein;
  12° een schip dat bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoert : ieder vrachtschip, ieder olie-, chemicaliėn-, of gastanker, of passagiersschip dat de volgende goederen in bulk of in verpakte vorm vervoert :
  - deze omschreven in de I.M.D.G.-Code, in hoofdstuk 17 van de IBC Code en in hoofdstuk 19 van de IGC Code;
  - deze omschreven in de Bijlagen 1, 2 en 3 bij het Marpol Verdrag.
  13° I.M.O. : Internationale Maritieme Organisatie;
  14° I.M.D.G. Code : de meest recente versie van de Internationale maritieme Code voor gevaarlijke goederen opgemaakt door de I.M.O. en van artikel 108 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 1985;
  15° I.M.O. Gas Carrier Code : de meest recente versie van de voorschriften voor bouw en uitrusting van zeeschepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren, uitgegeven door de I.M.O., en deze van het ministerieel besluit van 17 juli 1981 betreffende aanvullende voorschriften voor de bouw en de uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren;
  16° I.M.O. Bulk Chemical Code : de meest recente versie van de voorschriften voor bouw en uitrusting van zeeschepen die gevaarlijke chemicaliėn in bulk vervoeren, uitgegeven door de I M.O. en deze van het ministerieel besluit van 24 juni 1975 betreffende aanvullende voorschriften voor schepen die gevaarlijke stoffen in bulk vervoeren, laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 12 april 1983;
  17° Marpol Verdrag : de meest recente versie van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen en Bijlagen, opgemaakt te Londen op 2 november 1973 en het Protocol van 1978 bij het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen en Bijlage, opgemaakt te Londen op 17 februari 1978.".
  Art. 2. In hetzelfde koninklijk besluit wordt een nieuw Hoofdstuk III ingelast, luidend als volgt :
  " HOOFDSTUK III. - Bepalingen voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren.
  Artikel 21. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoeren en die vertrokken zijn uit een haven buiten de Gemeenschap gelegen met als bestemming een kusthaven, mogen die haven pas binnenvaren op voorwaarde dat de exploitant bij de afvaart uit de vertrekhaven, de havenkapiteinsdienst van de bestemmingshaven, alle gegevens zoals voorzien in bijlage 5 heeft medegedeeld.
  § 2. Ten aanzien van de vaststelling of gevaarlijke goederen van klasse I van de I.M.D.G.-Code in massa kunnen exploderen, is het oordeel van het hoofd van de Dienst der Springstoffen van het Ministerie van Economische Zaken bindend.
  § 3. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op :
  a) oorlogsschepen en andere schepen van de overheid die voor nietcommerciėle doeleinden worden gebruikt;
  b) bunkers, proviand en scheepsuitrusting voor gebruik aan boord.
  Artikel 22. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende goederen in bulk of in verpakte vorm vervoeren vanuit een kusthaven mogen die haven slechts verlaten nadat zij de havenkapiteinsdienst alle gegevens zoals voorzien in bijlage 5 hebben medegedeeld.
  § 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op :
  a) oorlogsschepen en andere schepen van de overheid die niet voor commerciėle doeleinden worden gebruikt;
  b) bunkers, proviand en scheepsuitrusting voor gebruik aan boord.
  Artikel 23. Worden met schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren gelijkgesteld: schepen die met dergelijke stotfen beladen zijn geweest, maar waarvoor hetzij door een erkende deskundige, hetzij door of vanwege de bevoegde overheid nog geen verklaring is afgegeven waarin bevestigd wordt dat het schip geen gevaarlijke of verontreinigende stoffen meer bevat.
  Artikel 24. § 1. Schepen die bepaalde gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoeren moeten zich minstens 4 uur voor het aanlopen van of het vertrekken uit een kusthaven melden aan Vessel Traffic Service Scheldemonden.
  § 2. Zij dienen gebruik te maken van de diensten van een loods bevoegd voor het af te leggen traject.
  § 3. De checklist voorzien in bijlage 6 dient bij het aan boord komen van de loods nauwkeurig en waarheidsgetrouw ingevuld te zijn en moet aan hem afgegeven worden.
  Artikel 25. De melding bedoeld in artikel 24, § 1, dient te omvatten :
  1° de gegevens voorzien in bijlage 5 onder de punten 1 tot en met 5 en 9;
  2° de opgave van broei, brand, schade aan het zeeschip of lading of een vermoeden daarvan;
  3° de mededeling van eventuele tekortkomingen of voorvallen die de normale veilige bestuurbaarheid van het zeeschip kunnen verminderen, een veilige en vlotte doorvaart nadelig kunnen beļnvloeden of een gevaar kunnen meebrengen voor het milieu.
  Artikel 26. § 1. De kapitein van een schip dat gevaarlijke of verontreinigende stoffen in bulk of in verpakte vorm vervoert dient er zorg voor te dragen :
  1. dat het vervoer geschiedt met inachtneming van de I.M.D.G. Code, de I.M.O.Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes, de I.M.O. Gas Carrier Code en de I.M.O. Bulk Chemical Codes;
  2. dat aan boord van het zeevaartuig doeltreffende maatregelen zijn genomen ter voorkoming en bestrijding van brand overeenkomstig het bepaalde hij of krachtens S.O.L.A.S.;
  3. dat in overeenstemming met de eisen van goed zeemanschap de nodige maatregelen worden getroffen en er aan boord schriftelijke instructies aanwezig zijn, conform met de door de I.M.O. terzake gegeven aanbevelingen, die aangeven welke maatregelen moeten worden genomen ten aanzien van de gevaarlijke stoffen die worden vervoerd indien zich een ongeval of een voorval voordoet dat gevaar kan opleveren;
  4. dat nadere aanwijzingen gegeven door de bevoegde autoriteit in aanvulling op de voorzieningen van dit hootdstuk, worden opgevolgd;
  5. dat er steeds marifoonverbinding met de dienst van het loodswezen te Oostende wordt gehandhaafd;
  6. dat de voorschritten voor de seinvoering voorzien in bijlage I worden toegepast.
  § 2. De kapitein van een zeetankschip beladen met vloeibaar gemaakte gassen in bulk die onder de I.M.O. Gas Carrier Code vallen, moet bovendien volgende voorschriften in acht nemen :
  1° er dienen voldoende bekwame bemanningsleden beschikbaar te zijn om het vaartuig veilig te kunnen manoeuvreren;
  2° er dient zekerheid te bestaan dat in de tanks geen gevaarlijke overdruk aanwezig is;
  3° er dient onafgebroken marifoon luisterwacht te worden gehouden;
  4° de boordradar moet aanstaan;
  5° de tanks mogen niet schoongemaakt, ontgast en gespoeld worden zonder toestemming van de bevoegde overheid;
  6° het voornemen te ankeren dient te worden gemeld aan de dienst van het loodswezen te Oostende;
  7° de bouw en de uitrusting van het vaartuig moeten beantwoorden aan de I.M.O. Gas Carrier Code en er dienen aan boord geldige bescheiden aanwezig te zijn, ten bewijze daarvan en die zijn afgegeven door of vanwege de vlaggestaat en welke steeds op eerste vordering ter inzage dienen te worden afgegeven aan de bevoegde autoriteiten.
  Artikel 27. § 1. Bij incidenten of omstandigheden op zee die een bedreiging vormen voor de kust of daarmede samenhangende belangen, dient de gezagvoerder van het schip aan de radarcentrale te Zeebrugge onverwijld informatie te verstrekken over de bijzonderheden van het incident alsmede de gegevens voorzien in bijlage 5.
  De meldingsplicht ten aanzien van de gegevens voorzien in bijlage 5 wordt als nagekomen beschouwd indien de gezagvoerder mededeelt welke bevoegde instantie binnen de Gemeenschap deze vereiste gegevens bewaart.
  § 2. De in § 1 bedoelde kennisgeving moet geschieden overeenkomstig I.M.O. resolutie A 648 (16) en vindt ten minste onder alle in die resolutie beschreven omstandigheden plaats.
  § 3. Loodsen die een schip bij het aanleggen, het afvaren of het manoeuvreren begeleiden lichten de radarcentrale te Zeebrugge onverwijld in, wanneer zij gebreken constateren die de veilige vaart van het schip in gevaar kunnen brengen. "
  Art. 3. In hetzelfde koninklijk besluit worden de bestaande hoofdstukken III, IV, V en VI respectievelijk de hoofdstukken IV, V, VI en VII en de artikelen 21 tot en met 42 respectievelijk 28 tot en met 49.
  Art. 4. In hetzelfde koninklijk besluit wordt na de bestaande bijlage 4 twee nieuwe bijlagen ingevoegd waarvan het model als bijlage 1 en 2 bij dit besluit zijn gevoegd.
  Art. 5. In hetzelfde koninklijk besluit wordt de bestaande bijlage 5, bijlage 7.
  Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 13 september 1995.
  Art. 7. Onze Minister van Vervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 9 februari 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Vervoer,
  M. DAERDEN
  BIJLAGEN.
  Art. N1. Bijlage 5. - Gegevens betreffende de schepen die gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoeren.
  1. Naam en roepnaam van het schip.
  2. Nationaliteit van het schip.
  3. Lengte en diepgang van het schip.
  4. Haven van bestemming.
  5. Vermoedelijke tijd van aankomst in de haven van bestemming of het loodsstation.
  6. Vermoedelijke afvaarttijd.
  7. Geplande vaarroute.
  8. De correcte technische benamingen van de gevaarlijke of verontreinigende goederen, de identificatienummers van de Verenigde Naties (UN), indien van toepassing, de IMO-gevarenklasse overeenkomstig de IMDG-, IBCen IGC-codes, de hoeveelheden van die goederen en hun plaats aan boord, en wanneer zij zich in transporttanks of vrachtcontainers bevinden, de identificatiemerktekens daarvan.
  9. Bevestiging dat zich aan boord een lijst of een manifest of een passend ladingsplan bevindt met een precieze opgave van de vervoerde gevaarlijke en verontreinigende goederen en hun plaats in het schip. "
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 9 februari 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Vervoer,
  M. DAERDEN
  Art. N2. Bijlage 6. - Checklist voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoeren.
  (Bijlage net opgenomen om technische redenen. Zie Belgisch Staatsblad van 23/03/1996, p. 6773 tot 6775)
Aanhef
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 24 november 1975 houdende goedkeuring en uitvoering van het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 1972, bijgevoegd Reglement en zijn Bijlagen, opgemaakt te Londen op 20 oktober 1972, inzonderheid op artikel 2, § 4;
   Gelet op de Richtlijn 93/75/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende de minimumeisen voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren en die naar of uit de zeehavens van de Gemeenschap varen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politieen scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust;
   Overwegende dat de Gewestregeringen zijn betrokken bij het ontwerpen van dit besluit;
   Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat de Richtlijn 93/75/EEG op 13 september 1995 in voege is getreden en ondermeer een meldingsplicht voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende stoffen vervoeren voorziet alsook de verplichting tot het gebruik van diensten van loodsen; en dat de betrokken milieus van deze verplichtingen dringend op de hoogte moeten worden gebracht;
   Op de voordracht van Onze Minister van Vervoer,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :